Hoe je economie kunt begrijpen

is economie te begrijpen?
Heb je ook het gevoel dat de economie niet helemaal klopt? Dat je denkt, het is te moeilijk voor mij, ik begrijp het niet, ik kan er niets aan doen? Ik zeg je, laat je niet gek maken. Vertrouw op je eigen gevoel en intuïtie. Want de zogenoemde deskundigen weten het ook niet. Want als ze het wel wisten, dan zag de wereld er nu anders uit. Ik zeg je, iedereen kan de economie begrijpen. En er ook wat aan doen. Hoe?

wat eet ik eigenlijk precies?
Als student Tropische Cultuurtechniek in Wageningen begreep ik niets van wat de hooggeleerde economen voor de collegezaal zeiden. Hoewel ik daardoor behoorlijk ging twijfelen aan mijn eigen gezonde verstand en gevoel, liet ik me toch niet helemaal gek maken door hun moeilijke taal en abstracte ideeën. Terwijl ik in de collegezaal begrippen probeerde te vatten als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie, onderzocht ik thuis de oorsprong van de spullen die ik had, de kleren die ik droeg en het voedsel dat ik at. Want economie gaat over goederen die voorzien in mijn materiële behoeften. Toch?

Later ontwikkelde ik de zogenoemde ontbijt-oefening, een mooie ingang voor iedereen om een concrete voorstelling te vormen van wat economie eigenlijk is.

Als student ontbeet ik de ene keer muesli met wat fruit en melk of yoghurt, de andere keer boterhammen met kaas, jam en hagelslag, een glas sinaasappelsap en een kop koffie. En op zondag croissants, een gekookt eitje en cappuccino.

Wat ik ook at, eerst onderscheidde ik de ingrediënten. Nee niet abstract in de vorm van koolhydraten, vetten en eiwitten, maar concreet: verschillende soorten graan, zuivel, fruit, suiker, chocola en koffie.

in welke landschappen werd het eten geproduceerd?
Vervolgens stelde ik me zo beeldend mogelijk de landschappen voor waarin deze ingrediënten werden geproduceerd. Wuivende graanvelden in Nederland, de Oekraïne of de Verenigde Staten van Amerika. Kuddes zwart- of rood-bonte koeien in stallen en weide-landschappen in Nederland, die behalve sappig groen gras krachtvoer kregen met onder andere soja uit Brazilië, maïs uit Nederland en melasse, een bijproduct van suiker. Dat laatste deed me dan weer denken aan de walmende suikerfabrieken in Roosendaal, Breda of Stampersgat. Verder zag ik fruitbomen in bloesem op de Betuwe, bananenplantages in de zinderende zon in Nicaragua en kassen vol aardbeien in de woestijn van Israël of Egypte. Ook stelde ik me cacaobomen voor op de Ivoorkust of Ghana, Papoea-Nieuw-Guinea, Ecuador of de Dominicaanse Republiek. En tenslotte zag ik de koffieplanten in Vietnam, Ethiopië of Guatemala.

welke mensen dragen concreet bij aan mijn ontbijt?
Tenslotte stelde ik me zo beeldend mogelijk voor alle mensen die in die landschappen voor mij werkten. 

In de jaren tachtig waren er nauwelijks computers laat staan internet. Ik moest dus mijn fantasie gebruiken. Verder kon je me vaak in de bibliotheek vinden zowel de universiteits als de openbare. Het liefst bladerde ik in “Wist je dat….”-boeken voor kinderen met veel plaatjes. Die gaven een goed beeld, weliswaar romantisch, van landschappen waarin cacaobomen groeiden, handen die cacaobonen plukten en de verwerking van cacaoboon tot chocoladereep.

Ik zocht naar foto’s van de hoofden van de vrouwen die de manden vol koffiebonen droegen en de buiken in vieze hemden van vrachtwagenchauffeurs die bananen in oude trucks naar de havens reden. Ik las een verhaal over het uniform van de kapitein van het schip dat de soja van Zuid-Amerika naar Europa voer, inclusief de hand van het kind in Bangladesh dat de glimmende knopen op de pet van de kapitein naaide.

iedereen maakt deel uit van één wereldwijde economie
Behalve mijn ontbijt, onderzocht ik zo ook de oorsprong van mijn kleren en verder van alle spullen die ik had. Totdat ik maar naar een product hoefde te kijken om alle handen in al die landschappen te zien waarin ze tot stand kwamen. En ik voor mijn innerlijk oog de wielen zag draaien van de verschillende vrachtwagens over de eindeloze wegen, die de grondstoffen, halfproducten en eindproducten transporteerden. Om nog maar niet te praten over de mannen met helmen op die op grote machines die wegen aanlegden of die op hun knieën stenen legden. Ook zag ik de olieraffinaderijen roken waar de brandstoffen werden geraffineerd die al die voertuigen voortdreven.

En ik begreep dat alle mensen in de hele wereld ervoor zorgden dat ik in mijn levensbehoeften werd voorzien. Want alles wat ik eet, alles waarin ik mij kleed, alles wat ik heb, maken anderen voor mij. Ik maak deel uit van één wereldwijde economie.

Die gedachte vervulde mij met dankbaarheid, want ik word gedragen door alle mensen op deze ene hele aarde.

Tegelijkertijd voelde ik boosheid en verdriet. Omdat wij mensen, deel uitmakend van één wereldwijde economie, tot nu toe niet in staat zijn om de economie zo te organiseren dat iedereen in zijn/haar levensonderhoud wordt voorzien.

de wanhoop van de docenten
Tijdens de colleges dreef ik de docenten tot wanhoop met mijn vragen. Waarom wordt een steeds kleiner deel van de mensheid steeds rijker en een steeds groter deel steeds armer? Waarom kunnen wij mensen met alle communicatiemiddelen die wij tot onze beschikking hebben, de gezamenlijk geproduceerde koek niet gewoon eerlijk onder elkaar verdelen? Van wie was überhaupt het onzinnige idee dat het algemene welzijn het best gebaat zou zijn bij een onderlinge concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit?

De docenten en ik leefden in verschillende werelden, zij in hun abstracte ideeën en ik in de beelden van de mensen die werkten in de landschappen waar alles wat ik had, droeg en at werden geproduceerd. Wilde ik begrippen als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie nog wel begrijpen?

Nee, ik wilde een concrete bijdrage leveren aan een aarde- en menswaardige economie, ik zocht naar een punt waar ik aan kon zetten. Zonder het me te realiseren, was ik al begonnen met het omvormen van de economie. Simpel, door mijn voorstellingsvermogen te gebruiken. En m’n gezonde gevoel.

Ook leren hoe je je weg kunt vinden in de nieuwe economie?
Inmiddels vormt dit ervaringsgerichte waarnemen, denken en voelen de grondslag voor de Academie voor Samenlevingskunst. Want ik geloof dat mensen, alle mensen, op grond van doorleefde en doorvoelde voorstellingen van wat economie eigenlijk is, creatief worden en moed vinden om hun specifieke bijdragen te leveren. Niet door moeite te doen om abstracte theorieën van politici en wetenschappers te begrijpen, maar door hun fantasie en voorstellingsvermogen te gebruiken om concrete ideeën te ontwikkelen van wat zij in concrete situaties kunnen doen. En als je dan ook nog eens deel uitmaakt van een werkplaats van mensen die elkaar helpen om deze ideeën sociaal vernieuwend te realiseren, dan… ja, dan draag je echt bij aan het menselijker worden van die ene wereldwijde economie.

Iets voor jou? 

Kom naar één van de oriëntatiedagen in Het Veerhuis in Varik: zaterdag 14 juli of zaterdag 25 augustus.