Waarom liefde & vertrouwen het enige vertrekpunt is voor een nieuwe economie

Liefde en vertrouwen als basis voor onze nieuwe economie? Dat klinkt wel erg alternatief en misschien ook wel een tikkie pretentieus. Hoe kunnen we dat ooit waarmaken en hoe zakelijk is dat eigenlijk: werken vanuit liefde en vertrouwen? En kun je dat leren? In dit artikel leg ik je uit waarom liefde en vertrouwen de enige bron is voor de weg naar een nieuwe economie en hoe je daar beter in kunt worden.

Liefde en vertrouwen? Is dat niet heel erg soft?

Ja, het zijn grote woorden en in het Nederlands krijgen ze al snel iets alternatiefs, iets softs. Ze zijn te groot om als woorden in je mond te nemen, te pretentieus. En zeker niet zakelijk, daar gaan we klanten mee afstoten! Dat kan ik navoelen. Ik schroomde ook ze te gebruiken. Want wie kan dat al; echt samenleven en handelen vanuit liefde & vertrouwen? Als samenleving en als mensen staan we daar nog behoorlijk ver van af. We worden er niet in opgeleid.

Mogen we er dan wel naar streven? Mogen we elke dag opstaan en denken: “Ja, dat is de kant die ik op wil, waar ik in geloof en wat ik wil beoefenen? Telkens vallen en weer opstaan?”

Ik denk dat er geen andere weg is dan mijn eigen streven om te handelen vanuit liefde & vertrouwen.


We denken alleen maar dat het niet anders kan omdat we dat geleerd hebben

Wat mij betreft zijn er in alles wat je doet en in hoe wij onze samenleving inrichten maar twee richtingen. Of je kiest voor de route angst & controle of voor die van liefde & vertrouwen. Meer smaken zijn er niet. Elke keuze of handeling die je zelf verricht kan je daaraan afmeten; is dit een handeling vanuit vertrouwen of vanuit angst? Ons van oorsprong Romeins rechtssysteem is gebaseerd op het uitsluiten van risico’s en regelt zaken voor het geval het misgaat. Onze juridische kaders geven richting aan hoe wij ons bedrijf inrichten. We zijn gaan denken dat het niet anders kan dan ons indekken tegen elkaar. Voor het geval dat, zo zeggen we, is het heel verstandig. ‘Better safe then sorry’ is nog zo’n gezegde. Je zou wel gek zijn je hiertegen niet in te dekken. Inmiddels bestaan contracten uit boekwerken vol kleine lettertjes die door niemand meer gelezen worden maar waar wel veel ellende uit kan ontstaan juist als het mis gaat.

Kan het eigenlijk anders?

Het DeelGenootschap is een organisatievorm welke structuur geeft aan het handelen vanuit liefde & vertrouwen. Persoonlijk helpt het mij om nog dieper op dit vertrouwen te vertrouwen en daar op te koersen. Het maakt juist voor mij dat het geen holle frase meer is maar een structuur met praktische handvatten die ik begrijp. Praktische handvatten zoals verbintenissen in plaats van contracten en een bronorgaan, dat de bron verzorgt, in plaats van een bestuur, dat het beleid bepaald. Daarmee is het heel realistisch voor mij, ik voel mij steeds meer een praktische idealist.

Hoe doe je dat eigenlijk? Werken vanuit liefde en vertrouwen?

Naast zaken als mediteren, het bewustzijn ontwikkelen dat we in één wereldwijde economie leven,  durven voelen wat je voelt, het hier en nu accepteren, jezelf tot startpunt maken van alles wat er gebeurt, wil ik er graag dit aan toevoegen. Dingen die je meemaakt verworden maar al te snel tot cynisme en wantrouwen naar de medemens en ‘het systeem’. Ervaringen vragen om verwerking om tot een vruchtbaar inzicht te komen. Hiervoor moet je bewust tijd nemen. Ook dat gaat niet vanzelf. Wat vanzelf gaat is onze angst en de neiging alles wat we niet overzien te willen controleren. Ervaringen tot inzicht brengen betekent jezelf als deel van het geheel zien, als onafscheidelijk van de werkelijkheid om je heen. Je eigen rol (h)erkennen en accepteren. De schuld niet buiten je plaatsen maar zelf in actie komen en altijd weer een nieuwe uitweg vinden. Tot inzicht komen maakt dat de liefde kan blijven bestaan. De begrippen gebruiken we in Het Veerhuis niet lichtzinnig, ze zijn voor ons het diepste ankerpunt dat we hebben om de weg naar een mens- en aardewaardige samenleving te vinden.

Voorbeeld uit Het Veerhuis

Graag geef ik een voorbeeld vanuit ons eigen Veerhuis DeelGenootschap. Ook daar beoefenen we ons elke dag in het organiseren vanuit vertrouwen en merken we hoe oplettend we moeten zijn. Ons huidige handelen is zo diep doordrongen van het ‘angst & controle denken’ zo merk ik steeds weer. Soms moeten we achteraf bijsturen omdat dit denken via de achterdeur toch weer is binnengeslopen. Dan kijken we elkaar aan, halen onze schouders op en zeggen: ja zo lastig is het dus. En elke keer zeggen we ook weer JA tegen elkaar om dit te blijven oefenen. Zo werken we bijvoorbeeld in het DeelGenootschap met verbintenissen die we een overeenkomst noemen tussen jou en het DeelGenootschap. Het DeelGenootschap heeft echter geen bestuur en geen formele tekenbevoegden. En dus wijzigden wij de overeenkomst in verklaring zodat er slechts één handtekening nodig was. En ja, daar was het oude denken weer. We werden ons dit bewust en nu noemen we het weer een overeenkomst zoals past bij de gedachte achter de verbintenis. Hij wordt nu door minimaal twee mensen ondertekend, de deelgenoot zelf en één of meerdere mensen namens het DeelGenootschap.

It’s a bumpy road…. But I like it

De weg van liefde & vertrouwen is hobbelig en bobbelig en vaak weerbarstig. Het vraagt om zelfreflectie, om het gesprek met elkaar en vooral veel vallen en weer opstaan. De beweging van mensen die hiervoor kiest groeit elke dag. Van daaruit ontstaat de economie en samenleving die wij voor ons zien. Ook al is het een lange weg, er is geen andere weg.  Daarom wil ik gaan staan voor liefde & vertrouwen. Dat we erkennen en ervoor uit komen dat de nieuwe economie alleen maar ontstaat vanuit liefde & vertrouwen. Vanuit respect voor elkaar. In het besef dat we op 

Aarde leven in een wereldwijde aaneengesloten economie waardoor we letterlijk allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Samenwerken is dan de enige optie om op deze Aarde in elkaars materiële behoeften te voorzien. En samenwerking kan alleen vanuit vertrouwen. Anders heet het geen samenwerking meer. Zo simpel is het eigenlijk. Ik wil dat we deze grote mooie woorden durven gebruiken ook al zijn we er in ons handelen nog zo ver van af en struikelen we voortdurend. Liefde & vertrouwen gaat niet vanzelf, daar moet je keihard en elke dag weer aan werken. Je kan er elke dag weer je handelen op afstemmen. Je kan er elke dag weer voor kiezen. Zo sta ik erin, zo staat Het Veerhuis erin. En jij?

Nieuwsgierig naar hoe jij mee kan helpen om samenlevingsvormen en structuren te creëren vanuit vertrouwen? Kom naar de lezing over het DeelGenootschap op 24 augustus of naar de gratis cursusdag als je interesse hebt in de leergang tot Samenlevingskunst op 25 augustus. Beide in Het Veerhuis.

“De Academie voor Samenlevingskunst is voor mij boven alles een Groeiplaats.”

De Academie voor Samenlevingskunst volgens Aurora Venancio 

Waarmee helpt de academie je concreet? 
“De academie heeft mij concreet geholpen om een bodem te leggen onder dingen die ik al wist en half of intuïtief deed of wist dat ik wilde kunnen doen, maar niet geleid en doelgericht in kon zetten, omdat de samenhang ontbrak. Het onbevangen waarnemen, het onderzoeken met de geest, het eigen “Ik” als anker vinden in mezelf, mijn verhouding tot de wereld zelf scheppen, het onderzoeken van om het even wat met het waarheidskompas dat in je hart zit.”

Wat van de academie in het bijzonder spreekt je aan? 
“Ik heb het bijzonder prettig gevonden dat er een overgang was van informatie aangereikt krijgen en er mee oefenen naar zelf de leerstof inbrengen en er gezamenlijk naar kijken met de inmiddels ontwikkelde gereedschappen en kijkrichtingen, denkramen. Het gevoel er zelfstandig mee een weg te kunnen vinden is zeer bevredigend.”

Waarom is dat voor jou belangrijk?
“Omdat ik toch heel erg graag van mezelf uit wil kunnen gaan! Gegrond in mezelf in vrijheid staan en gaan is mijn ultieme streven, en de academie heeft daarin een cruciale rol gespeeld en zal dat blijven spelen. Dat wat ik geleerd heb is inmiddels zo eigen dat ik me er heel dankbaar en verrijkt  en verstevigd door voel, het is een stevige wortel in dit aardse leven.” 

Welke vraagstukken lost de academie voor jou op?  
“De academie heeft me een verrekijker gegeven, een microscoop, een tang om hete hangijzers aan te pakken, stevige schoenen om te kunnen klimmen, touw, een stuk vuursteen, zeg maar alles wat een mens zo minimaal nodig heeft om in de wildernis te overleven en de wereld om zich heen te kunnen begrijpen. Het is niet langer de vraag of ik iets kan onderzoeken of oplossen, en hoe dan? Nee, de vraag is meer: welk gereedschap is hier passend? Ik heb op een bepaalde manier het idee dat ik het niet meer ergens anders op de wereld hoef te zoeken; als ik ergens tegenaan loop of een vraag heb of struikel, dan zit hetgeen me verder zal helpen nu in mijn eigen gereedschapskist.”

Met welke vraagstukken loop je rond waar de academie je helpt antwoorden op te vinden?
“Hoge filosofie heeft me altijd gebiologeerd: wat is dit, bewustzijn in een wereld van leven en dood, een levend lichaam te hebben, gewaarwordingen, zintuigen, gevoelens, gedachten, leven… waartoe? wat is Ik, en wat heb ik hier te doen? wat is de gezonde staat van zijn, en hoe doe ik dat? hoe krijg ik mezelf bij elkaar, hoe kom ik tot bloei, hoe kan ik over mijn eigen schaduw heen springen, waar ligt mijn vrede? de academie heeft mij geholpen meer grip te krijgen op met name de manier waarop ik deze vragen ter hand kan nemen. De waarnemingsoefening helpt daarbij enorm, door de grenzen van het fenomeen, het idee te onderzoeken, door de aard ervan intiemer te leren kennen, door ermee te leven, wordt de ervaring van dit of dat bovenstaand punt helderder, het lijkt alsof er een scherpstellen plaatsvindt, het dingen op zijn eigen plek terugzetten, een puzzel die steeds verder aansluit… “

Behoor jij tot de typische doelgroep van de academie? En waarom? “Hahaha dit vind ik een erg Komische vraag! Ik vermoed wel dat er een zelfde soort zoeken is, de openheid om de dingen eens van een hele andere kant te bekijken, de wens zichzelf te kennen… maar ik heb gezien dat we allemaal zo anders zijn en toch zo op elkaar lijken… en iedereen haalt er iets anders uit! het mooie is dat de gereedschappen zo’n neutrale inherente kracht tot vergroting, verheldering, versteviging & verzachting bezitten, dat ieder daar naadloos op aan kan sluiten en dat er een persoonlijke dynamiek ontstaat die voedend en verlichtend werkt… Het beeld van een prisma komt op, waar verscheidenheid en soortgelijkheid in samenkomen.”

Wat zou in een zin, vijf woorden, de lading van de academie kunnen dekken? Wat is de academie in jouw ogen?
“De Academie voor Samenlevingskunst is voor mij boven alles een Groeiplaats voor Moedige Zoekers die in Liefde in zichzelf willen wortelen. Grenzen van het zien en beleven worden opgerekt, er is de vraag of je je kern kunt vinden en er kunt leren blijven, er is uitdaging om stappen te zetten buiten de comfortzone, en ook het voorbeeld van waar een ander mee bezig is en het zichtbaar worden van de worsteleling kan zeer confronterend en diep helend en verbindend zijn.”

Is de academie zelf een voorbeeld van een nieuwe economie & samenleving? Waaruit blijkt dat wel/niet?

“De overgang naar geleid en gegeven lessen en lesinhoud naar steeds meer samen en zelfgestuurd die de academie, en de leerlingen en docenten de afgelopen drie jaar is gegaan, is een weg die naar die nieuwe economie en samenleving toe leidt, ik besef me dat deze ervaring als een voorbeeld mag dienen. Het vraagt van alle betrokkenen een wakkerheid, een meedoen, op eigen manier en vanuit eigen kwaliteit, maar dat maakt een wonderlijk geheel mogelijk, een mysterieuze samenhang werd voor mij beleefbaar. Ik heb het als heel inspirerend ervaren om zo een Samen te voelen ontstaan en door ons heen werken, en dat ik daarin pas, en gewenst ben, en dat mij gevraagd wordt zoveel mogelijk mijn eigen authentieke zelf te zijn, omdat dat mijn grootste bijdrage is; dat is voor mij een groots geschenk!”

Wat zou de academie vanuit jouw perspectief meer/minder moeten doen?

Ik heb weinig tot geen zicht in wat er in de andere jaren plaatsvindt, en hoe de opbouw van de lesstof, de oefeningen en het sturen naar zelfstandigheid vorm krijgen. Ik kan dus ook niets zeggen over “de academie”. Ik merk dat het me echt heel erg veel GOEIE ZIN geeft te horen dat er een doorgaande werk- en groeiplaats in gedachte is gekomen, dat voelt als een hele mooie doorgaande mogelijkheid om betrokken te blijven, want als ik eraan denk jullie helemaal niet meer te zien, en ook niet meer gezamenlijk met de gereedschappen bezig te gaan, nou, dan doet dat zeer en voelt dat leeg en jammer… “

Wil je nog iets zeggen/toevoegen waar nog niet naar gevraagd is?
*diepe buiging*
Namastê

Hoe je economie kunt begrijpen

is economie te begrijpen?
Heb je ook het gevoel dat de economie niet helemaal klopt? Dat je denkt, het is te moeilijk voor mij, ik begrijp het niet, ik kan er niets aan doen? Ik zeg je, laat je niet gek maken. Vertrouw op je eigen gevoel en intuïtie. Want de zogenoemde deskundigen weten het ook niet. Want als ze het wel wisten, dan zag de wereld er nu anders uit. Ik zeg je, iedereen kan de economie begrijpen. En er ook wat aan doen. Hoe?

wat eet ik eigenlijk precies?
Als student Tropische Cultuurtechniek in Wageningen begreep ik niets van wat de hooggeleerde economen voor de collegezaal zeiden. Hoewel ik daardoor behoorlijk ging twijfelen aan mijn eigen gezonde verstand en gevoel, liet ik me toch niet helemaal gek maken door hun moeilijke taal en abstracte ideeën. Terwijl ik in de collegezaal begrippen probeerde te vatten als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie, onderzocht ik thuis de oorsprong van de spullen die ik had, de kleren die ik droeg en het voedsel dat ik at. Want economie gaat over goederen die voorzien in mijn materiële behoeften. Toch?

Later ontwikkelde ik de zogenoemde ontbijt-oefening, een mooie ingang voor iedereen om een concrete voorstelling te vormen van wat economie eigenlijk is.

Als student ontbeet ik de ene keer muesli met wat fruit en melk of yoghurt, de andere keer boterhammen met kaas, jam en hagelslag, een glas sinaasappelsap en een kop koffie. En op zondag croissants, een gekookt eitje en cappuccino.

Wat ik ook at, eerst onderscheidde ik de ingrediënten. Nee niet abstract in de vorm van koolhydraten, vetten en eiwitten, maar concreet: verschillende soorten graan, zuivel, fruit, suiker, chocola en koffie.

in welke landschappen werd het eten geproduceerd?
Vervolgens stelde ik me zo beeldend mogelijk de landschappen voor waarin deze ingrediënten werden geproduceerd. Wuivende graanvelden in Nederland, de Oekraïne of de Verenigde Staten van Amerika. Kuddes zwart- of rood-bonte koeien in stallen en weide-landschappen in Nederland, die behalve sappig groen gras krachtvoer kregen met onder andere soja uit Brazilië, maïs uit Nederland en melasse, een bijproduct van suiker. Dat laatste deed me dan weer denken aan de walmende suikerfabrieken in Roosendaal, Breda of Stampersgat. Verder zag ik fruitbomen in bloesem op de Betuwe, bananenplantages in de zinderende zon in Nicaragua en kassen vol aardbeien in de woestijn van Israël of Egypte. Ook stelde ik me cacaobomen voor op de Ivoorkust of Ghana, Papoea-Nieuw-Guinea, Ecuador of de Dominicaanse Republiek. En tenslotte zag ik de koffieplanten in Vietnam, Ethiopië of Guatemala.

welke mensen dragen concreet bij aan mijn ontbijt?
Tenslotte stelde ik me zo beeldend mogelijk voor alle mensen die in die landschappen voor mij werkten. 

In de jaren tachtig waren er nauwelijks computers laat staan internet. Ik moest dus mijn fantasie gebruiken. Verder kon je me vaak in de bibliotheek vinden zowel de universiteits als de openbare. Het liefst bladerde ik in “Wist je dat….”-boeken voor kinderen met veel plaatjes. Die gaven een goed beeld, weliswaar romantisch, van landschappen waarin cacaobomen groeiden, handen die cacaobonen plukten en de verwerking van cacaoboon tot chocoladereep.

Ik zocht naar foto’s van de hoofden van de vrouwen die de manden vol koffiebonen droegen en de buiken in vieze hemden van vrachtwagenchauffeurs die bananen in oude trucks naar de havens reden. Ik las een verhaal over het uniform van de kapitein van het schip dat de soja van Zuid-Amerika naar Europa voer, inclusief de hand van het kind in Bangladesh dat de glimmende knopen op de pet van de kapitein naaide.

iedereen maakt deel uit van één wereldwijde economie
Behalve mijn ontbijt, onderzocht ik zo ook de oorsprong van mijn kleren en verder van alle spullen die ik had. Totdat ik maar naar een product hoefde te kijken om alle handen in al die landschappen te zien waarin ze tot stand kwamen. En ik voor mijn innerlijk oog de wielen zag draaien van de verschillende vrachtwagens over de eindeloze wegen, die de grondstoffen, halfproducten en eindproducten transporteerden. Om nog maar niet te praten over de mannen met helmen op die op grote machines die wegen aanlegden of die op hun knieën stenen legden. Ook zag ik de olieraffinaderijen roken waar de brandstoffen werden geraffineerd die al die voertuigen voortdreven.

En ik begreep dat alle mensen in de hele wereld ervoor zorgden dat ik in mijn levensbehoeften werd voorzien. Want alles wat ik eet, alles waarin ik mij kleed, alles wat ik heb, maken anderen voor mij. Ik maak deel uit van één wereldwijde economie.

Die gedachte vervulde mij met dankbaarheid, want ik word gedragen door alle mensen op deze ene hele aarde.

Tegelijkertijd voelde ik boosheid en verdriet. Omdat wij mensen, deel uitmakend van één wereldwijde economie, tot nu toe niet in staat zijn om de economie zo te organiseren dat iedereen in zijn/haar levensonderhoud wordt voorzien.

de wanhoop van de docenten
Tijdens de colleges dreef ik de docenten tot wanhoop met mijn vragen. Waarom wordt een steeds kleiner deel van de mensheid steeds rijker en een steeds groter deel steeds armer? Waarom kunnen wij mensen met alle communicatiemiddelen die wij tot onze beschikking hebben, de gezamenlijk geproduceerde koek niet gewoon eerlijk onder elkaar verdelen? Van wie was überhaupt het onzinnige idee dat het algemene welzijn het best gebaat zou zijn bij een onderlinge concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit?

De docenten en ik leefden in verschillende werelden, zij in hun abstracte ideeën en ik in de beelden van de mensen die werkten in de landschappen waar alles wat ik had, droeg en at werden geproduceerd. Wilde ik begrippen als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie nog wel begrijpen?

Nee, ik wilde een concrete bijdrage leveren aan een aarde- en menswaardige economie, ik zocht naar een punt waar ik aan kon zetten. Zonder het me te realiseren, was ik al begonnen met het omvormen van de economie. Simpel, door mijn voorstellingsvermogen te gebruiken. En m’n gezonde gevoel.

Ook leren hoe je je weg kunt vinden in de nieuwe economie?
Inmiddels vormt dit ervaringsgerichte waarnemen, denken en voelen de grondslag voor de Academie voor Samenlevingskunst. Want ik geloof dat mensen, alle mensen, op grond van doorleefde en doorvoelde voorstellingen van wat economie eigenlijk is, creatief worden en moed vinden om hun specifieke bijdragen te leveren. Niet door moeite te doen om abstracte theorieën van politici en wetenschappers te begrijpen, maar door hun fantasie en voorstellingsvermogen te gebruiken om concrete ideeën te ontwikkelen van wat zij in concrete situaties kunnen doen. En als je dan ook nog eens deel uitmaakt van een werkplaats van mensen die elkaar helpen om deze ideeën sociaal vernieuwend te realiseren, dan… ja, dan draag je echt bij aan het menselijker worden van die ene wereldwijde economie.

Iets voor jou? 

Kom naar één van de oriëntatiedagen in Het Veerhuis in Varik: zaterdag 14 juli of zaterdag 25 augustus.

Over het scheppen van geld, interview met Peter Blom (Triodos)

Jac: “Er is teveel geld op aarde.”

Peter Blom: “Ja, dat is ook zo.”

Als er teveel geld is, hoe ontstaat dat dan? Gangbare economen zeggen, er wordt ook teveel gespaard door mensen. Hoe breng je evenwicht tussen de hoeveelheid geld die er is en de hoeveelheid goederen die circuleert?

“Voor mij zijn zulke vragen ook een worsteling.”

Iemand kwam met het voorbeeld van vier bankdirecteuren die elkaar elk een miljard lenen. Er is vier miljard omzet geboekt maar eigenlijk is er niets gebeurd.

“Economisch is het niet zo relevant dat dat gebeurt. Die virtuele economie verhoogt de balans. Maar zolang er in de reële economie maar niets gebeurt met dat feit, is er niet zoveel aan de hand. Het probleem zit hem veel meer in de geldschepping, het feit dat gewone banken, ook de Triodos Bank, geld kunnen scheppen. Geldscheppen wordt relevant als je daar in de reële economie iets mee doet. Als je het alleen maar aan een andere bank leent en je leent het weer terug, zoals de Japanse banken in het verleden deden om de balans te verhogen, dan bouw je dat voor 1 januari op en na 1 januari weer af en economisch is dat niet zo relevant.”

Kun je uitleggen hoe het geldscheppen werkt?

“In dit verband moet je alle banken zien als één bank. Dus ABN Amro, ING en ook wij zijn één bank en alle burgers en bedrijven hebben een rekening bij die ene bank. Nu komt iemand naar ons toe die krediet wil hebben, om daar iets voor te kopen. In de rekening-courant van die persoon creëren wij een tegoed. Hij mag 100.000 euro gebruiken voor uitgaven, aan bijvoorbeeld computers. Dus zodra hij die koopt, dan maken wij het geld over naar de computerfabrikant, die ook weer een rekening bij ons heeft. Dus op dat moment creëren wij, door een krediet te geven aan een klant 100.000 euro aan geld wat dan gebruikt gaat worden in de reële economie omdat er een computer mee wordt aangeschaft. Dat is in essentie geldschepping. (…) Het creëren van een tegoed op een rekening courant (van een lener, red.) is eigenlijk een afspraak. Wij vertrouwen jou, op basis van je ondernemersvaardigheden, je toekomstige inkomsten, een onderpand, en we geven krediet. Dat was er eerst niet en wordt in feite verstrekt –zo zou het althans moeten zijn- op basis van de verwachte waardecreatie waaruit de aflossing en rente betaald kunnen worden. Dat is het geldscheppingsproces. Sparen is eigenlijk geldvernietiging. Iedereen die geld spaart bij een bank, onttrekt daarmee geld aan de economie, aldus de standaard monetaire theorie. Dus het is het saldo van kredietverlening minus het geld dat gespaard wordt, dat is wat er in de economie aan geld wordt toegevoegd. Wij – als samenleving, omdat we de banken dat toestaan – hebben veel meer krediet verstrekt dan dat er werd gespaard. Als er evenveel krediet wordt verleend als dat er gespaard wordt, wordt er geen nieuw geld geschapen. Je creëert geld als je een krediet verleent waar geen spaargeld tegenover staat.”

En daar is een verhouding tussen, toch, de hoeveelheid spaargeld die jullie moeten hebben…

“De enige factor die eigenlijk beperkend werkt op de kredietverlening, is het vereiste eigen vermogen dat een bank moet aanhouden tegenover krediet, de zogenaamde BIS-ratio. Hoeveel vermogen je moet hebben om krediet te kunnen verlenen. De “leverage”-factor*, zal ik maar zeggen, is cruciaal. Die was heel hoog, en die zijn ze omlaag aan het brengen. Dat heeft een remmende werking op de kredietverlening. En nu is de volgende vraag, wat zou nu de basis moeten zijn van de geldschepping? Welke leverage is aanvaardbaar? en is het alleen een getal of moet je ook veel preciezer gaan kijken naar waar het geld voor wordt aangewend?”

Misschien kunnen we dit meteen inweven: wat is nu de verhouding tussen de commerciële bank die geld schept via kredietverlening en tussen de centrale bank die het monopolie heeft op het drukken van geld?

“Geld drukken wordt eigenlijk steeds minder relevant. Maar de centrale bank kan wel tegoeden creëren voor jou, en kan zorgen dat er meer geld in omloop komt. Die staat achter de primaire banken en is een factor die, als de geldschepping door kredietverlening ergens stokt, via meer liquiditeit in de markt, dat alles door loopt. Dat is hun primaire functie geworden. Vroeger ging geldschepping veel meer via het drukken van bankbiljetten, maar nu veel meer door kredietverlening. Dat is een verschuiving. Dat vindt plaats in de markt en is veel moeilijker te controleren. Centrale banken hebben steeds meer de functie van een “lender of last resort” voor de banken. Dat zie je nu ook gebeuren, maar ook andersom, interessant genoeg. Centrale banken dienen nu als zekere parkeerplaats voor banken. Banken, ook Triodos, hebben overschotten neergezet bij de ECB. Banken hebben limieten aan hoeveel geld ze bij andere banken mogen neerzetten. Dat heeft te maken met risicospreiding en is ook heel goed. Maar op een gegeven moment heb je meer geld dan je bij banken neer kan zetten en dat zetten banken dan bij de ECB neer. Dan heb je de banken die in deze markt te weinig spaargeld kunnen ophalen, die dan bij andere banken terecht moeten maar van hen te weinig geld kunnen krijgen van andere banken, vanwege de limieten. Die markt zit nu vast. Omdat banken zich afvragen: hoe zitten jullie in Griekenland, in Italië? Wij willen eigenlijk geen “exposure” (vordering, red.) op jullie hebben. De ECB is dan waar banken heen kunnen om op basis van onderpand, portefeuilles, liquiditeit te krijgen. Dus hier zie je ook dat de ECB een veilige haven is voor banken die geld willen plaatsen en elkaar niet vertrouwen, maar voor andere banken om geld op te nemen. De functie van achtervang en zekerheidsbieder is veel meer hun huidige functie van centrale banken dan wat ze vroeger deden: opereren in de markt, schatkistpapier opkopen of uitgeven enz. Dat laatste doen ze nu veel minder. Het is nu veel meer een liquiditeitsbuffer voor banken geworden. Daar hebben ze absoluut een nuttige functie. Maar nu even weer terug naar geldschepping: dat is dus helemaal verschoven naar de markt. Banken zijn als gewone ondernemingen gaan fungeren en zijn gaan zoeken naar hoe ze nog meer “leverage” kunnen toepassen bij de kredietverlening. Want meer leverage betekent meer winst maar ook meer risico. Die leverage-ratio’s zie je dus oplopen in de loop der jaren.”

Nu komen we dus eigenlijk op het punt: hoe ontstaat dan het teveel aan geld? Banken zijn commercieel en willen zoveel mogelijk uitlenen…

“Ze brengen steeds meer geld in de economie. Maar ze doen dat niet zoals centrale banken dat vroeger deden vanuit een standpunt wat een goede verhouding is tussen de monetaire sfeer en de reële sfeer. (…) De banken hebben gewoon gedacht: jongens, daar zit muziek in, we gaan nog meer “leveragen”. Politici denken van: als de banken geld in de economie brengen dan gaat de economie lekker draaien, daar houden mijn kiezers van. Door het verlagen van de rentes hebben ze dat ook enorm aangewakkerd. Want elke keer dat je de rente verlaagt, is er weer meer ”leverage” mogelijk. Zo ontstaat er dus steeds meer geld. En normaal en volgens de theorie zou dat door inflatie worden gecorrigeerd, het oude idee, maar wat blijkt nu: er ontstaat een aparte geldmarkt, een virtuele markt, die zichzelf in stand houdt. Vroeger werd eigenlijk veel vaker gecheckt door de reële economie van: klopt dit nog wel. Als er teveel geld kwam, dan krijg je inflatie en daar houden mensen niet van. Dan gingen ze naar de overheid, die zei van dat moeten we bestrijden, en dan ging de centrale bank zorgen dat de referentie rentes omhoog gingen en er minder geld in omloop kwam. Zo bestrijd je inflatie. Het blijkt dat die relatie er niet meer zo direct is. Soms ontstaat er zo’n spanning tussen de geldeconomie en de reële economie dat er een ontlading volgt, bijna als een blikseminslag. Dat zijn die crises die we nu zien. Die maken het bewustzijn wakker van hé, er moet wel een relatie zijn met de reële economie, en dat gaat nu veel meer crisis-matig en minder geleidelijk via het inflatie-mechanisme.”

De reële economie is de economie van goederen en diensten waar behoefte aan is…

“Ja. De reële economie heeft ook een ontwikkeling doorgemaakt. We gaan hierbij over de grenzen van wat de planeet aankan. Ook daar is sprake van leverage, maar dan op de regeneratiecapaciteit van de planeet. Daar ligt de koppeling met het duurzaamheidsvraagstuk. Vroeger was de oplossing steeds: we moeten meer consumeren. Dat werkt niet meer. Dat werkt nog wel in Azië, en wellicht in Afrika en Zuid-Amerika. Die zijn nog arm en die kunnen nog door kredietverruiming de bestedingen en daarmee de economie laten groeien in reële termen. Maar het mondiale probleem is dat de aarde dat niet meer aankan. We kunnen straks de spullen niet meer produceren. De reële economie kan daarom de problemen van de monetaire geldschepping, die steeds groter worden, niet meer oplossen. Dus de verdiencapaciteit van de reële economie is niet groot genoeg meer om de boost aan geld dat rendement moet maken… om dat op te brengen. Je ziet alle beleggers zich steeds vaker achter de oren krabben: waar kunnen we überhaupt nog rendement maken?”

Dus aan de ene kant heb je steeds meer geld, en dat dwingt om steeds meer te produceren omdat dat geld waarde zoekt….

“Precies. Omdat er wel rendement gemaakt moet worden en men zich steeds onzekerder voelt over de virtuele rendementen, de virtuele geldmarkt.”

Dat hangt ook samen met het gegeven dat het een illusie is, het voorziet niet in een behoefte…

“De blikseminslagen zullen steeds vaker komen. Omdat men merkt: we kunnen wel denken dat we met die producten geld maken, maar we maken daar eigenlijk helemaal geen geld mee.”

Bovendien is geld op zichzelf niks. Je kan geld verdienen door een stuk land te kopen en het een tijdje later weer te verkopen. Maar dan is er niets gebeurd. Je hebt niets toegevoegd aan de samenleving.

“Dat is een moreel vraagstuk. In een individueel geval kan dat wel degelijk geld opleveren, omdat de waardering hoger is. Maar als je het macro-economisch bekijkt, dan zie je dat er weliswaar nog gebieden op aarde zijn waar mensen een koopkrachtige vraag kunnen ontwikkelen, maar dat die vraag niet meer op een ouderwetse manier kan worden ingevuld, namelijk met nog meer mijnbouw, nog meer intensieve landbouw. Dat kan de aarde gewoon niet meer aan. De factor natuur zet daar een streep. Die zegt: het gaat gewoon niet meer zo. Zo’n situatie hebben we niet eerder gehad, en daarom kan je de huidige crisis niet vergelijken met vorige crises, ook niet met de ‘New Deal’ van Roosevelt. Je kan niet zeggen: deze is erger dan de vorige. Deze is volstrekt nieuw in zijn aard, omdat de factor natuur nu meespeelt: het feit dat er nu zoveel meer mensen zijn die een bepaalde ‘way of life’ opeisen. Daar zit een fundamentele spanning die we niet kunnen oplossen. Dat kunnen we dus ook niet oplossen met nog meer geldschepping, nog lagere rentes, en hopen dat er ergens weer groei ontstaat. Want dat model hoort bij de twintigste eeuw, niet bij de eenentwintigste. Dat is gewoon over en uit.”

Dus? Wat is volgens jou de oplossing?

“Dat is niet zo simpel te zeggen omdat het samenhangt met allerlei ontwikkelingen waar de mensheid doorheen gaat. De oplossingsrichting, zoals ik die zie, is dat je geldschepping veel meer koppelt aan de draagkracht van de aarde. Daar zijn interessante gedachtes over. Dat zou de nieuwe ‘benchmark’* moeten zijn. Vroeger werd geldschepping verantwoord door goudvoorraden, later de dollar en nu door een verwachte permanente economische groei. we zijn het maken van schulden steeds normaler gaan vinden want dat gaan we straks allemaal terugverdienen omdat groei normaal is. Dat was de naoorlogse periode, en dat was ook terecht, want er moest ook heel veel gebeuren en er was ook heel veel groeipotentie. Dan kan je geldscheppen zoals we dat gedaan hebben ook best verantwoorden. Maar dat kan niet meer en dus moet je een nieuwe ‘benchmark’ vinden. De ‘benchmark’ is dus niet meer materiële groei in de toekomst, maar wat kan de aarde dragen aan reële economie en hoeveel geld heb je nodig om die economie te laten draaien. Banken moeten zich afvragen op welke manier zij hun geldscheppende potentie inzetten en of dat in evenwicht is met de economie in samenhang met wat de aarde qua duurzaamheid kan dragen. Dat moet de vraag aan banken zijn. Het is niet meer een blinde geldscheppingsmogelijkheid, het moet steeds in relatie worden gebracht met de reële economie en met de draagkracht van de aarde. En daarvoor moeten we nieuwe methodieken, nieuwe dialogen met consumenten en producenten ontwikkelen. Ik merk ook wel dat economen daar open voor staan. Zij zeggen ook dat we een andere ‘benchmark’ nodig hebben. Dat vrije geldscheppen kan niet meer, dat is onbeheersbaar geworden en dus moeten we een andere ratio ontwikkelen. En die ratio zitten niet in Basel III, om maar even die term te gebruiken, dat gaat nog heel erg uit van eigen vermogen: meer eigen vermogen remt de kredietverlening. Dat is al een stap in de goede richting, want daarmee heb je wel een remmende factor. Maar het is nog steeds een denken in term van de markt: als we het maar moeilijker maken zal het minder gebeuren. En de volgende stap, daarmee worstelen de economen en daarbij heb je oude en nieuwe denkers. De vraag is: hoe kunnen we een nieuwe relatie leggen tussen het geldscheppende vermogen van banken en de draagkracht van de planeet en de reële economie die daarvan afhankelijke is. Dat is het vraagstuk.”

En niet het vraagstuk dat er tegen geld reële economische waarde moet staan?

“Dat zeg je daarmee eigenlijk wel. Want zodra je dat gaat koppelen, dan zal je zien dat een bank zichzelf heel anders gaat inrichten.”

Maar dat betekent ook dat je niet meer geld gaat verdienen met de handel in aandelen of grond.

“Nee, want daar mag je dan geen geldscheppende capaciteit meer voor gebruiken. Dat je nog een soort liquiditeitsfunctie vervult, is voor dit vraagstuk niet zo relevant maar overigens wel belangrijk. Dat kan altijd gebeuren, dat je een soort olie in de machine hebt en dat je dat als bankwezen moet verzorgen. Dat zit bijna op het niveau van koopgeld: soms heeft de een wat over, en de ander wat tekort. Dat is allemaal korte termijn. Maar de echte geldscheppende functie van banken, die een enorme boost heeft gegeven aan de economie de afgelopen 30 jaar, daar is een grens aan gekomen. Je hebt misschien gehoord dat Bernanke zei: ik zet de rente heel laag en dat doe ik tot 2013. Hij gaf daarmee een signaal af dat hij geen instrumenten meer heeft om maximaal te leveragen. This is my final offer. De rente wordt extreem laag, de leverage wordt extreem groot daardoor, en hij zei daarbij ook nog eens: ik doe dit tot 2013. Daarmee geef je als centrale bank zo’n beetje alles uit handen. Je kan dan nog wel geld drukken als centrale bank, dan maak je het alleen maar nog erger. Dat is een fascinerend signaal, dat een centrale bankier het zo zegt. Ik vind het ook interessant dat Trichet daar niet zomaar in meeging. De ECB heeft wat mij betreft een gezondere rolopvatting als de Fed. Er zit druk op de ECB om net als de Fed ook te gaan voor volledige werkgelegenheid, het stimuleren van de economie. Maar ik denk dat de ECB veel meer moet blijven kijken, zoals de statuten aangeven, naar de relatie tussen monetaire economie en reële economie en daar ook echt onafhankelijk in moet blijven optreden. Tot nu toe proberen ze dat tot mijn verrassing redelijk goed. Ik vind het helemaal niet zo slecht hoe ze dat hebben gedaan, maar de druk van de politici is erg groot om het wel tot een instrument van de korte termijn te maken. Het is fascinerend wat er gebeurt.”

interview door Jac Hielema
uitgewerkt door Arjen Nijeboer

“De academie lost geen vraagstukken voor mij op. Dat vind ik juist zo mooi! De academie helpt mij om mijn persoonlijke en maatschappelijke vraagstukken zelf “op te lossen”.”

Nynke Brug (39) psycholoog en mindfulnesstrainer: “Voor mij is de academie een ontmoetings- en groeiplaats voor mensen die vanuit authenticiteit een bijdrage willen leveren aan het bouwen van een meer mens- en aarde-waardige samenleving.”

 

Waarmee helpt de academie jou?

Nynke: “De Academie voor Samenlevingskunst helpt mij bij het ontdekken en realiseren van mijn verlangen van betekenis te zijn in deze wereld op een manier die past bij wie ik ben én bij wat er op dit moment in onze samenleving speelt. Eigenlijk heb ik nooit echt het gevoel gehad dat ik zelf iets kon met dit verlangen. Nu ik de academie doe, krijgt dit verlangen eindelijk handen en voeten. Op een manier die organisch voelt en die recht doet aan wie en waar ik ben als mens.”

Hoe werkt de academie?

Nynke: “Voorwaarde voor het op gang brengen of faciliteren van het proces waar ik nu in zit, is de veiligheid om jezelf te zien en te zijn. Dit is iets wat ik bij de academie vind. Onder andere door de houding van de docenten, transparant, niet al-wetend, gelijkwaardig, liefdevol. Wat ook bijdraagt aan dit gevoel van veiligheid is de sfeer van de locatie. Het Veerhuis is echt een magische plek, waar ik me thuis voel, waar ik mezelf kan zijn, en waar iedereen er toe doet.

Verder spreekt mij aan dat er veel interactie is met docenten en met medestudenten, waardoor informatie beter geïntegreerd kan worden opgenomen en waardoor je eigen innerlijke proces een extra zetje krijgt. Hier dragen de verschillende werkvormen ook aan bij, theorie, meditaties, groepsoefeningen en lichaamswerk.”

Welke vraagstukken lost de academie voor je op?

Nynke: “De academie lost geen vraagstukken voor mij op. Dat vind ik juist zo mooi! De academie helpt mij om mijn persoonlijke en maatschappelijke vraagstukken zelf “op te lossen”. Onder andere doordat er in het eerste jaar veel aandacht besteed wordt aan je eigen kenproces, hoe neem ik waar? welke niveaus van waarnemen zijn er?

Om antwoorden te vinden op vraagstukken is het nodig om eerst mezelf en de samenleving beter te begrijpen. Daar helpt de academie mij in eerste instantie bij. Dat vind ik een mooie volgorde. Op deze manier vind ik van binnenuit mijn eigen antwoorden, innerlijk doorleefd.”

Behoor jij tot de doelgroep van de academie?

Nynke: “Ik denk dat de academie vooral aanspreekt bij mensen die net als ik ergens een verlangen voelen om een bijdrage te leveren aan de samenleving – wellicht vanuit het gevoel dat er dingen nu niet goed gaan – en die het gevoel hebben dat ze hiervoor nog niet alle tools in handen hebben.”

Zeven stappen naar samenlevingskunst

Het duurde even – zo’n dertig jaar – totdat ik begreep dat ik alleen vanuit liefde en vertrouwen een bijdrage kan leveren aan een oplossing van het armoedevraagstuk. Denk en handel ik namelijk vanuit angst, woede of zelfs haat, ja, dan breng ik alleen maar meer angst, woede en haat de wereld in. Denk en handel ik vanuit liefde en vertrouwen, ja, dan geef ik de wereld iets moois van mezelf. Terugblikkend begon mijn weg naar inzicht in het armoedevraagstuk op mijn zestiende. Toen had ik – wat ik later ben gaan noemen – een Boeddha-ervaring. En zoals Boeddha het achtvoudige pad ontwikkelde dat je helpt het lijden te overwinnen, ontwikkelde ik zeven stappen die je helpen jezelf te ontwikkelen tot samenlevingskunstenaar.

Boeddha heette oorspronkelijk Siddharta en was een prins. Zijn ouders hoorden van een wijze dat hun kind óf een groot heerser zou worden, óf alle aardse goederen zou verwerpen en de verlichting zou bereiken. Omdat zijn vader liever had dat Siddharta hem zou opvolgen, omringde hij zijn zoon met alle luxe binnen de hoge muren van het paleis. Hij mocht geen nare of lelijke dingen ervaren. Dan zou hij namelijk geen afstand hoeven te doen van zijn bezittingen, aldus zijn vader. Zo gingen de eerste 29 jaar van het leven van Siddharta – de latere Boeddha – voorbij.

Na 29 jaar wilde Siddharta wel eens het echte leven zien en vroeg hij zijn vader of hij eens een kijkje buiten de muren mocht nemen. Aanvankelijk mocht dat niet. Maar na heel veel zeuren wel, maar dan alleen vanuit een koets. En alleen volgens een route door zijn vader bepaald. Hoe zijn vader ook probeerde het gewone leven buiten het beeld van Siddharta te houden, hij kon niet voorkomen dat zijn zoon een oude, een zieke en een dode man zag. Siddharta had nog nooit ouderdom, ziekte of dood gezien. Een bediende vertelde dat alle mensen oud worden, ziekten oplopen en doodgaan. “Dat is normaal.”, zei de bediende.

Zo werd ik op mijn zestiende tijdens een reis met mijn ouders door India geconfronteerd met de schrijnende tegenstelling tussen rijkdom en armoede. Een klein vies meisje hield met vragende ogen haar hand voor me op. Mijn ouders en ik kwamen net uit een sjiek restaurant waar wij te veel aten. Geld had ik niet op zak, mijn vader droeg de portemonnee. Ik schudde mijn hoofd. Het meisje viel smekend op haar knieën, ze gebaarde dat ze honger had, kuste zelfs mijn voeten en keek weer naar me op met van die smekende angstige ogen. Mijn ouders stapten intussen in een taxi die naar me toe reed, deur open, ze trokken me naar binnen, deur dicht. Door de achterruit zag ik nog net hoe het meisje door een iets ouder, maar even vies jongetje met de vlakke hand in het gezicht werd geslagen links rechts links rechts.

“Hoe is het mogelijk dat ik als rijke jongeling in één wereld leef met dat arme meisje?“, vroeg ik me af.

Twee jaar later studeerde ik Tropische Cultuurtechniek in Wageningen. Ik wilde de groeiende kloof tussen armoede en rijkdom echt leren begrijpen én leren er zelf iets aan te doen. Misschien als irrigatie-ingenieur?

In de loop van mijn studie liep ik hopeloos vast in de grondslagen van het wetenschappelijke denken, heel verhaal. Pas toen ik buiten mijn studie om me verdiepte in de oorsprong van de spullen die ik had, de kleren die ik droeg en het voedsel dat ik at, ontwikkelde ik geleidelijk aan een doorleefd begrip voor het armoedevraagstuk in de wereld. Uit deze onderzoekservaring ontwikkelde zich later de zogenoemde ontbijtoefening, de eerste van zeven oefeningen die samen de basis vormen van de samenlevingskunstenaar. Dat is iemand die vanuit liefde en vertrouwen werkt aan een aarde- en menswaardige samenleving.

Zoals Boeddha het achtvoudige pad ontwikkelde om het lijden te overwinnen, ontwikkelde ik zeven oefeningen die je helpen jezelf te ontwikkelen tot samenlevingskunstenaar.

Dit zijn de oefeningen (nog steeds heb ik geen adequate namen), die ik in de loop van mijn blogs zou willen bespreken, te beginnen bij de ontbijtoefening:

  1. de ontbijtoefening,
  2. de accepteer-jezelf-in-de-wereld-zoals-die-is-oefening (zo binnen/zo buiten I),
  3. de blijf-de-situatie-waarin-je-bent-waarnemen-oefening-en-leer-zuiver-van-binnen-naar-buiten-te-leven (zo binnen/zo buiten II),
  4. de doe-de-dagelijkse-dingen-vanuit-liefde-voor-het-doen-van-de-dagelijkse-dingen-oefening (zo binnen/zo buiten III),
  5. de integreren van de stemmen van angst, (zelf)haat en twijfel oefening cq loslaten van valse macht, valse hoop en valse overgave cq in je kracht gaan staan en je overgeven aan realistische zelf gestelde doelen,
  6. de steeds minder identificeren met je eigen gebeuren en steeds meer met het wereldgebeuren oefening (zo binnen/zo buiten IV),
  7. de het algemene wereldgebeuren is ook je eigen gebeuren oefening (integreren van alle overige oefening).

Laten we beginnen met de ontbijtoefening:

Onderzoek minimaal drie keer per week (alleen of met je hele gezin) vijf minuten lang gedurende minimaal vier weken welke mensen wanneer, waar en hoe een bijdrage leveren aan de totstandkoming van jouw ontbijt.

Graag ontvang ik van jou je ervaringen met het doen van deze oefening. Je kunt ze mailen naar jac@economytransformers.nl.

In het volgende blog bespreek ik mijn ervaringen tijdens het doen van mijn oorspronkelijke onderzoek destijds als student Tropische Cultuurtechniek.

Jac Hielema

De € 10.000,– zijn binnen! Eerst online klas gaat 8 januari van start.

Dankbaar kunnen wij jullie meedelen dat onze crowdfundingscampagne Hoe word ik samenlevingskunstenaar? succesvol tot een einde is gevoerd. Nadat we de actieve campagne tijdens Het Vuuratelier van 21 juni afsloten, vroegen we stichting Iona of zij het al geschonken bedrag wilde aanvullen tot € 10.000,–. Het duurde even, maar vorige week hoorden we dat zij dat wilde. Het komende jaar zullen we nog het hele jaar bezig zijn met het creëren van de online cursus. En over precies een jaar hopen we ook het boek Hoe word ik samenlevingskunstenaar? te kunnen presenteren.

Inmiddels zijn de eerste vijf modules van de in totaal veertien gepubliceerd. Ook hebben vier mensen zich gemeld voor de online klas die maandag 8 januari van start gaat. Mochten er nog meer mensen zijn die mee willen doen, dat kan. Als je interesse hebt, dan kun je mailen naar jac@economytransformers.nl.

Voor nu wensen wij iedereen fijne feestdagen.

Stap in de online klas of doe de online cursus Samenlevingskunst?

door Jac Hielema

Sinds september publiceer ik maandelijks een module van de online cursus Samenlevingskunst (= een les van 2 á 3 uur). Iedereen die € 100,- doneert, krijgt toegang tot de modules zolang de cursus nog in ontwikkeling is. Dat is nog minstens een jaar. Voor mensen die € 250,- of meer doneren start ik in januari een online groep, die ik per mail en per Skype zal begeleiden. Tot nu toe zijn er drie aanmeldingen voor de online groep. Daar mogen voor deze testronde nog best een paar mensen meer bij dus als je interesse hebt, vergeet dan niet je aan te melden. Voor deze groep organiseer ik het komende jaar ook enkele ontmoetingsdagen.

Jan Vermeulen, één van de donateurs: “Dank voor de geboden mogelijkheid om jouw online cursus Samenlevingskunst te volgen. De drie eerste modules heb ik met veel belangstelling en aandacht doorlopen. En ik kijk nu al uit naar de vierde.”

Inmiddels is de vierde van in totaal veertien modules gepubliceerd.

Jan Vermeulen: “Het materiaal is goed toegankelijk en de opdrachten relevant en prima uitvoerbaar. De verhalen over je eigen ervaringen weten me te boeien en laten her en der verwantschap of herkenning zien in mijn eigen levenswandel.”

De illustraties in de modules worden verzorgd door Levien, ook de illustratie bij dit bericht is van hem.

De vijfde module zal worden gepubliceerd in de week van 18 t/m 22 december.

Mocht je vragen of wensen hebben, je kunt me altijd bellen (06-14687873) of mailen (jac@economytransformers.nl).

En mocht je willen doneren, dan kan dat via deze link: doneren.

 

Korte berichten

Eindresultaat Crowdfunding: donderdag 21 september staat de eerste cursus online

Van 21 mei t/m 21 juni voerden we een crowdfundingscampagne om geld in te zamelen voor het ontwikkelen van online cursussen en het boek Hoe word ik samenlevingskunstenaar?. Ons doel was € 10.000,–. We ontvingen € 8020,–. We zijn heel blij met dit bedrag. Via fondsen hopen we de resterende € 1980,– binnen te halen. De ontwikkeling van de online cursussen gaat sowieso door. Het streven is om de eerste cursus per 21 september aan te bieden.

Samenwerking met CareFirst

Tijdens het avondprogramma van de Economy Transformers Academy zetten we ons uiteen met het fenomeen ‘geld’. In samenwerking met Louis Bohtlingk, initiatiefnemer van Care First (zie deze link), ontwikkelen we dat avondprogramma. Tegelijkertijd ontwikkelt Louis een online cursus over geld, die januari 2018 online komt bij de Ubiquity University.

Samenwerking met Ubiquity University

In onze zoektocht naar een goede online leeromgeving voor onze online cursussen ontmoetten we Peter Merry van de Ubiquity University, een wereldwijde online universiteit, zie deze link. De gesprekken zijn nog gaande, maar hoogstwaarschijnlijk gaan we via de Ubiquity University onze online cursussen aanbieden. Later, als we de cursussen omzetten in het Engels, kunnen ze onderdeel vormen van de Ubiquity University, terwijl Economy Transformers Academy een faculteit kan zijn van die universiteit.

Begroting Crowdfunding Economy Transformers Academy Online

door Jac Hielema

Van zondag 21 mei tot en met woensdag 21 juni voeren we een crowdfundingscampagne. We willen € 10.000,– ophalen voor de verdere ontwikkeling van Economy Transformers Academy. Vanaf september hopen we in ieder geval twee modules online aan te kunnen bieden en er nog twee in ontwikkeling te hebben. Bovendien hopen we al het materiaal uit te kunnen werken tot een boek Hoe word ik een samenlevingskunstenaar?. Om dit alles mogelijk te maken, hebben we in totaal € 25.000,– nodig.

 

Dit is de begroting:

ontwikkelen modules en boek                              € 13.000,–

verzorgen website                                                €   3.000,–

illustraties (bij zowel modules als boek)               €   3.000,–

maken filmpjes (voor de modules)                       €   3.000,–

coördinatie & advies                                            €    1.000,–

apparatuur                                                           €    1.200,–

onvoorzien                                                           €       800,–

_______________________________________________________

totaal                                                                    € 25.000,–

 

Op dit moment is € 9.000,– al binnen.

€ 6.000,– hopen we uit de lopende begroting te kunnen financieren. Vanaf september kunnen mensen online modules volgen voor € 250,– zonder begeleiding en € 500,– met begeleiding (schriftelijk of via Skype). Daarnaast verzorgen we voor iedereen die de modules online doet vier keer per jaar een ontmoetingsdag.

Blijft over € 10.000,–. Dit bedrag dus is onze inzet van de campagne.

De campagne zal woensdag 21 juni feestelijk worden afgesloten tijdens Het Vuuratelier in Het Veerhuis in Varik.