Vijf lessen voor een initiatiefnemer

blog van Damaris

Starten met een initiatief

Ken je dat, dat je met een idee rondloopt en nog worstelt hoe je dat tot een initiatief omvormt? En hoe je daar dan de juiste mensen omheen mobiliseert? Of dat jullie al flink bezig zijn maar dat je merkt dat iedereen er eigenlijk zijn eigen ding mee doet? Een initiatief nemen is niet makkelijk, sterker nog, dat is samenlevingskunst. En het maakt het nog moeilijker omdat je vaak een initiatief neemt uit een gevoelde noodzaak en helemaal niet omdat je daar nu precies voor opgeleid bent of zo goed in bent. Veel mensen rollen als het ware door de gevoelde noodzaak en de eigen actiebereidheid onvoorbereid in een initiatief. Ineens word je verondersteld een ondernemer te zijn die te maken krijgt met mensen en vereffening van diensten, vinden van financiering, organisatie- en besluitvormingsvraagstukken, wie beslist waarover en waarom? Je dacht een probleem op te lossen en voor je het weet zit je in allemaal relationeel gedoe en krijg je het gevoel veel te weinig tijd aan ‘ de zaak’ te kunnen besteden. Je wordt uitgedaagd om een snelle leercurve te doorstaan. Fijn als je dan weet dat mensen je voorgegaan zijn zodat je niet in alle bekende sloten tegelijk hoeft te lopen. Ik noem er een paar en licht in dit blog een van de vraagstukken nader toe.

Vijf problemen die je als initiatiefnemer tegenkomt:

  • Ik verlies het idee of hou juist rigide vast aan mijn idee
  • Ze kijken allemaal naar mij, ze willen mij helpen
  • Ik offer alles voor mijn ideaal op en eis dit ook van anderen
  • Ik wil impact maken en snel groeien
  • Welke (financiële) ruimte heb ik voor het nemen van dit initiatief?

Ad 1 en 2) ik verlies het idee of hou juist rigide vast aan mijn idee en ze kijken allemaal naar mij.

Te veel samen

Veel nieuwe initiatieven in deze tijd gaan over het duurzamer en socialer maken van de samenleving. Mensen voelen de nood van de andere mens en van de natuur en komen in actie. Vanuit deze verbinding met het andere ontstaat een idee. De neiging bestaat om als initiatiefnemer te denken dat de ander je meteen begrijpt. Jij ziet het toch, dan ziet de ander dat toch ook? Voor jou is wat je doet zo logisch en zo nodig. Je neemt dit initiatief immers in het licht van het geheel, ten behoeve van de ander en daarmee is het voor een initiatiefnemer moeilijk te begrijpen dat je iets ziet wat een ander – nog niet – direct ook zo ziet. Vanuit dit besef kan je als initiatiefnemer echter de neiging hebben je initiatief te vroeg te delen en zelfs los te laten aan een groep enthousiaste mensen om je heen. Waarbij je er bijna van uit gaat dat ze volledig op jouw idee zijn aangehaakt. Je wilt het graag samen doen, zonder de ander kan het immers nooit echt groeien en op aarde komen.

Gezond vrij (eigenaarschap nemen)

En dan… oh jee. Voor je het weet gaan mensen er hun eigen ding mee doen en denk jij help, dat was niet de bedoeling. En voor je het weet trek je het hele initiatief weer hardhandig naar je toe. Of je laat het uit frustratie los of nog iets er tussenin. Hoe dan ook, beland je gemakkelijk in gedoe en dat is jammer want dat is te voorkomen. Wat je hiermee immers ontkent, is een wetmatigheid die zich voordoet bij het nemen van een initiatief. Jij ziet iets, jij staat op, jij wilt iets. Je hebt als het ware die plek in te nemen, voorbereid of niet. Of je nu wilt of niet. De essentie van het idee komt via jou tot verschijning. Deze ‘eigenaarschapspositie’ valt je als het ware toe. Haar te vroeg afstaan, dient niemand. Het idee niet en de mensen om je heen ook niet. Het zorgt ervoor dat je je idee onvoldoende ‘af’ de wereld in schopt.

Het tegenovergestelde is natuurlijk ook aan de orde. Dat je als initiatiefnemer de neiging kunt hebben het veel te lang en te strak bij je te houden en daarin heel rigide vasthoudt aan een enkele voorstelling van hoe jouw idee in de praktijk vorm moet krijgen. Dan kunnen te weinig mensen zich verbinden met je idee en bloedt het al snel dood. Zonder mensen die aansluiting vinden, is je idee niet levensvatbaar.

Valse bescheidenheid

Ik heb zelf veel aan de metafoor van een moeder met kind. Of neem de boom. Om tot boom te worden zal het zaadje eerst in de aarde wortel moeten schieten. Klein, beschut, nog zonder licht van buiten, met de juiste voeding. Langzaam rijpt het en komt het boven de grond. Zo is het ook met een idee. Als je het nooit deelt, dan zal het nog voor het het licht ziet al verrotten in de aarde. Maar te vroeg loslaten kan ook niet. Als initiatiefnemer ben je geestelijk moeder of vader van het idee en zal je dit idee moeten vasthouden en de verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken moeten dragen. Bescheidenheid is een veel voorkomend fenomeen maar ongepast. Bescheidenheid op deze plek brengt chaos en verwarring en uiteindelijk schade aan de relatie. Bescheidenheid zorgt ervoor dat je je kind onvoldoende toerust om de invloed van derden aan te kunnen. En uiteindelijk als je merkt dat iedereen er zijn eigen ding mee aan het doen is, dat het idee alle kanten op gaat, dan ga je er als nog als een berin voor liggen en haal je het weer bij jezelf terug. Mensen kunnen dan denken: “Wat is dit nu? Ik dacht dat ik me ermee mocht verbinden, maar als de puntjes bij de paaltjes komen dan gaat zij/hij er toch weer over.”

Conclusie: Als je het idee niet eerst voldoende bij je houdt, kun je het later niet voldoende delen.

Van verbinden met jou naar verbinden met de bron

Er ligt nog een gevaar op de loer. Als initiatiefnemer heb je de taak om dat wat in jouw hoofd zit neer te schrijven, uit te werken en zichtbaar te maken voor meer mensen. Bescheidenheid kan ervoor zorgen dat je je initiatief onvoldoende expliciet maakt waardoor zaken zich alleen maar in jouw hoofd blijven afspelen. Dat maakt dat mensen zich alleen met jou als initiatiefnemer kunnen verbinden. En dan krijg je het veel gehoorde probleem; mensen helpen mij, niet het initiatief. Als je je eigen plek inneemt, vol eigenaarschap neemt, je hier niet voor schaamt, je eigen grootsheid hierin draagt en jouw idee tot zover als jij kunt expliciet maakt en daarmee deelbaar maakt, is dit geen vraagstuk meer. Dan ben je juist blij dat mensen jou in de beginfase helpen om jouw initiatief zo helder mogelijk geformuleerd te krijgen en dat ze je helpen met de eerste realisatiestapjes. Daarna kan het initiatief pas langzaam volgers krijgen. Mensen die zich nu op de bron/het idee richten en zich daar rechtstreeks mee verbinden. Eerst nog via jou en steeds vaker ook zonder jou. Maar dan ben je al een heel eind verder. Pas wanneer het initiatief in het midden van de gemeenschap komt te liggen, kan het voorbij jezelf groeien. Dan zul je merken dat steeds meer mensen de verbinding kunnen maken met de bron en dat jij je als initiatiefnemer langzaam onderdeel zal gaan voelen van het geheel. Met jouw specifieke talenten waarmee jij je eigen initiatief groot zal willen maken, net zoals de anderen dat zullen doen.

Conclusie: maak jouw initiatief expliciet en ga ervoor staan. Laat je in het begin helpen. Pas dan kan het idee langzaam in het midden komen te liggen en ben jij niet meer het middelpunt.

Samenvatting

Valse bescheidenheid schept verwarring en chaos. Bovendien zorg je er daarmee voor dat mensen zich alleen maar tot jou kunnen verhouden en zich niet zelfstandig op het initiatief kunnen aansluiten. Pijnlijk want dat wilde je nu juist voorkomen. Klinkt als een paradox? Probeer het maar… ik hoor graag of het voor jou werkt. Heb je een vraag of wil je een ervaring delen? Kom naar de oriëntatie dag van de Academie voor Samenlevingskunst op 14 juli waar we dit alles in de praktijk beoefenen.

Damaris

“De Academie voor Samenlevingskunst is voor mij boven alles een Groeiplaats.”

De Academie voor Samenlevingskunst volgens Aurora Venancio 

Waarmee helpt de academie je concreet? 
“De academie heeft mij concreet geholpen om een bodem te leggen onder dingen die ik al wist en half of intuïtief deed of wist dat ik wilde kunnen doen, maar niet geleid en doelgericht in kon zetten, omdat de samenhang ontbrak. Het onbevangen waarnemen, het onderzoeken met de geest, het eigen “Ik” als anker vinden in mezelf, mijn verhouding tot de wereld zelf scheppen, het onderzoeken van om het even wat met het waarheidskompas dat in je hart zit.”

Wat van de academie in het bijzonder spreekt je aan? 
“Ik heb het bijzonder prettig gevonden dat er een overgang was van informatie aangereikt krijgen en er mee oefenen naar zelf de leerstof inbrengen en er gezamenlijk naar kijken met de inmiddels ontwikkelde gereedschappen en kijkrichtingen, denkramen. Het gevoel er zelfstandig mee een weg te kunnen vinden is zeer bevredigend.”

Waarom is dat voor jou belangrijk?
“Omdat ik toch heel erg graag van mezelf uit wil kunnen gaan! Gegrond in mezelf in vrijheid staan en gaan is mijn ultieme streven, en de academie heeft daarin een cruciale rol gespeeld en zal dat blijven spelen. Dat wat ik geleerd heb is inmiddels zo eigen dat ik me er heel dankbaar en verrijkt  en verstevigd door voel, het is een stevige wortel in dit aardse leven.” 

Welke vraagstukken lost de academie voor jou op?  
“De academie heeft me een verrekijker gegeven, een microscoop, een tang om hete hangijzers aan te pakken, stevige schoenen om te kunnen klimmen, touw, een stuk vuursteen, zeg maar alles wat een mens zo minimaal nodig heeft om in de wildernis te overleven en de wereld om zich heen te kunnen begrijpen. Het is niet langer de vraag of ik iets kan onderzoeken of oplossen, en hoe dan? Nee, de vraag is meer: welk gereedschap is hier passend? Ik heb op een bepaalde manier het idee dat ik het niet meer ergens anders op de wereld hoef te zoeken; als ik ergens tegenaan loop of een vraag heb of struikel, dan zit hetgeen me verder zal helpen nu in mijn eigen gereedschapskist.”

Met welke vraagstukken loop je rond waar de academie je helpt antwoorden op te vinden?
“Hoge filosofie heeft me altijd gebiologeerd: wat is dit, bewustzijn in een wereld van leven en dood, een levend lichaam te hebben, gewaarwordingen, zintuigen, gevoelens, gedachten, leven… waartoe? wat is Ik, en wat heb ik hier te doen? wat is de gezonde staat van zijn, en hoe doe ik dat? hoe krijg ik mezelf bij elkaar, hoe kom ik tot bloei, hoe kan ik over mijn eigen schaduw heen springen, waar ligt mijn vrede? de academie heeft mij geholpen meer grip te krijgen op met name de manier waarop ik deze vragen ter hand kan nemen. De waarnemingsoefening helpt daarbij enorm, door de grenzen van het fenomeen, het idee te onderzoeken, door de aard ervan intiemer te leren kennen, door ermee te leven, wordt de ervaring van dit of dat bovenstaand punt helderder, het lijkt alsof er een scherpstellen plaatsvindt, het dingen op zijn eigen plek terugzetten, een puzzel die steeds verder aansluit… “

Behoor jij tot de typische doelgroep van de academie? En waarom? “Hahaha dit vind ik een erg Komische vraag! Ik vermoed wel dat er een zelfde soort zoeken is, de openheid om de dingen eens van een hele andere kant te bekijken, de wens zichzelf te kennen… maar ik heb gezien dat we allemaal zo anders zijn en toch zo op elkaar lijken… en iedereen haalt er iets anders uit! het mooie is dat de gereedschappen zo’n neutrale inherente kracht tot vergroting, verheldering, versteviging & verzachting bezitten, dat ieder daar naadloos op aan kan sluiten en dat er een persoonlijke dynamiek ontstaat die voedend en verlichtend werkt… Het beeld van een prisma komt op, waar verscheidenheid en soortgelijkheid in samenkomen.”

Wat zou in een zin, vijf woorden, de lading van de academie kunnen dekken? Wat is de academie in jouw ogen?
“De Academie voor Samenlevingskunst is voor mij boven alles een Groeiplaats voor Moedige Zoekers die in Liefde in zichzelf willen wortelen. Grenzen van het zien en beleven worden opgerekt, er is de vraag of je je kern kunt vinden en er kunt leren blijven, er is uitdaging om stappen te zetten buiten de comfortzone, en ook het voorbeeld van waar een ander mee bezig is en het zichtbaar worden van de worsteleling kan zeer confronterend en diep helend en verbindend zijn.”

Is de academie zelf een voorbeeld van een nieuwe economie & samenleving? Waaruit blijkt dat wel/niet?

“De overgang naar geleid en gegeven lessen en lesinhoud naar steeds meer samen en zelfgestuurd die de academie, en de leerlingen en docenten de afgelopen drie jaar is gegaan, is een weg die naar die nieuwe economie en samenleving toe leidt, ik besef me dat deze ervaring als een voorbeeld mag dienen. Het vraagt van alle betrokkenen een wakkerheid, een meedoen, op eigen manier en vanuit eigen kwaliteit, maar dat maakt een wonderlijk geheel mogelijk, een mysterieuze samenhang werd voor mij beleefbaar. Ik heb het als heel inspirerend ervaren om zo een Samen te voelen ontstaan en door ons heen werken, en dat ik daarin pas, en gewenst ben, en dat mij gevraagd wordt zoveel mogelijk mijn eigen authentieke zelf te zijn, omdat dat mijn grootste bijdrage is; dat is voor mij een groots geschenk!”

Wat zou de academie vanuit jouw perspectief meer/minder moeten doen?

Ik heb weinig tot geen zicht in wat er in de andere jaren plaatsvindt, en hoe de opbouw van de lesstof, de oefeningen en het sturen naar zelfstandigheid vorm krijgen. Ik kan dus ook niets zeggen over “de academie”. Ik merk dat het me echt heel erg veel GOEIE ZIN geeft te horen dat er een doorgaande werk- en groeiplaats in gedachte is gekomen, dat voelt als een hele mooie doorgaande mogelijkheid om betrokken te blijven, want als ik eraan denk jullie helemaal niet meer te zien, en ook niet meer gezamenlijk met de gereedschappen bezig te gaan, nou, dan doet dat zeer en voelt dat leeg en jammer… “

Wil je nog iets zeggen/toevoegen waar nog niet naar gevraagd is?
*diepe buiging*
Namastê

Hoe je economie kunt begrijpen

is economie te begrijpen?
Heb je ook het gevoel dat de economie niet helemaal klopt? Dat je denkt, het is te moeilijk voor mij, ik begrijp het niet, ik kan er niets aan doen? Ik zeg je, laat je niet gek maken. Vertrouw op je eigen gevoel en intuïtie. Want de zogenoemde deskundigen weten het ook niet. Want als ze het wel wisten, dan zag de wereld er nu anders uit. Ik zeg je, iedereen kan de economie begrijpen. En er ook wat aan doen. Hoe?

wat eet ik eigenlijk precies?
Als student Tropische Cultuurtechniek in Wageningen begreep ik niets van wat de hooggeleerde economen voor de collegezaal zeiden. Hoewel ik daardoor behoorlijk ging twijfelen aan mijn eigen gezonde verstand en gevoel, liet ik me toch niet helemaal gek maken door hun moeilijke taal en abstracte ideeën. Terwijl ik in de collegezaal begrippen probeerde te vatten als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie, onderzocht ik thuis de oorsprong van de spullen die ik had, de kleren die ik droeg en het voedsel dat ik at. Want economie gaat over goederen die voorzien in mijn materiële behoeften. Toch?

Later ontwikkelde ik de zogenoemde ontbijt-oefening, een mooie ingang voor iedereen om een concrete voorstelling te vormen van wat economie eigenlijk is.

Als student ontbeet ik de ene keer muesli met wat fruit en melk of yoghurt, de andere keer boterhammen met kaas, jam en hagelslag, een glas sinaasappelsap en een kop koffie. En op zondag croissants, een gekookt eitje en cappuccino.

Wat ik ook at, eerst onderscheidde ik de ingrediënten. Nee niet abstract in de vorm van koolhydraten, vetten en eiwitten, maar concreet: verschillende soorten graan, zuivel, fruit, suiker, chocola en koffie.

in welke landschappen werd het eten geproduceerd?
Vervolgens stelde ik me zo beeldend mogelijk de landschappen voor waarin deze ingrediënten werden geproduceerd. Wuivende graanvelden in Nederland, de Oekraïne of de Verenigde Staten van Amerika. Kuddes zwart- of rood-bonte koeien in stallen en weide-landschappen in Nederland, die behalve sappig groen gras krachtvoer kregen met onder andere soja uit Brazilië, maïs uit Nederland en melasse, een bijproduct van suiker. Dat laatste deed me dan weer denken aan de walmende suikerfabrieken in Roosendaal, Breda of Stampersgat. Verder zag ik fruitbomen in bloesem op de Betuwe, bananenplantages in de zinderende zon in Nicaragua en kassen vol aardbeien in de woestijn van Israël of Egypte. Ook stelde ik me cacaobomen voor op de Ivoorkust of Ghana, Papoea-Nieuw-Guinea, Ecuador of de Dominicaanse Republiek. En tenslotte zag ik de koffieplanten in Vietnam, Ethiopië of Guatemala.

welke mensen dragen concreet bij aan mijn ontbijt?
Tenslotte stelde ik me zo beeldend mogelijk voor alle mensen die in die landschappen voor mij werkten. 

In de jaren tachtig waren er nauwelijks computers laat staan internet. Ik moest dus mijn fantasie gebruiken. Verder kon je me vaak in de bibliotheek vinden zowel de universiteits als de openbare. Het liefst bladerde ik in “Wist je dat….”-boeken voor kinderen met veel plaatjes. Die gaven een goed beeld, weliswaar romantisch, van landschappen waarin cacaobomen groeiden, handen die cacaobonen plukten en de verwerking van cacaoboon tot chocoladereep.

Ik zocht naar foto’s van de hoofden van de vrouwen die de manden vol koffiebonen droegen en de buiken in vieze hemden van vrachtwagenchauffeurs die bananen in oude trucks naar de havens reden. Ik las een verhaal over het uniform van de kapitein van het schip dat de soja van Zuid-Amerika naar Europa voer, inclusief de hand van het kind in Bangladesh dat de glimmende knopen op de pet van de kapitein naaide.

iedereen maakt deel uit van één wereldwijde economie
Behalve mijn ontbijt, onderzocht ik zo ook de oorsprong van mijn kleren en verder van alle spullen die ik had. Totdat ik maar naar een product hoefde te kijken om alle handen in al die landschappen te zien waarin ze tot stand kwamen. En ik voor mijn innerlijk oog de wielen zag draaien van de verschillende vrachtwagens over de eindeloze wegen, die de grondstoffen, halfproducten en eindproducten transporteerden. Om nog maar niet te praten over de mannen met helmen op die op grote machines die wegen aanlegden of die op hun knieën stenen legden. Ook zag ik de olieraffinaderijen roken waar de brandstoffen werden geraffineerd die al die voertuigen voortdreven.

En ik begreep dat alle mensen in de hele wereld ervoor zorgden dat ik in mijn levensbehoeften werd voorzien. Want alles wat ik eet, alles waarin ik mij kleed, alles wat ik heb, maken anderen voor mij. Ik maak deel uit van één wereldwijde economie.

Die gedachte vervulde mij met dankbaarheid, want ik word gedragen door alle mensen op deze ene hele aarde.

Tegelijkertijd voelde ik boosheid en verdriet. Omdat wij mensen, deel uitmakend van één wereldwijde economie, tot nu toe niet in staat zijn om de economie zo te organiseren dat iedereen in zijn/haar levensonderhoud wordt voorzien.

de wanhoop van de docenten
Tijdens de colleges dreef ik de docenten tot wanhoop met mijn vragen. Waarom wordt een steeds kleiner deel van de mensheid steeds rijker en een steeds groter deel steeds armer? Waarom kunnen wij mensen met alle communicatiemiddelen die wij tot onze beschikking hebben, de gezamenlijk geproduceerde koek niet gewoon eerlijk onder elkaar verdelen? Van wie was überhaupt het onzinnige idee dat het algemene welzijn het best gebaat zou zijn bij een onderlinge concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit?

De docenten en ik leefden in verschillende werelden, zij in hun abstracte ideeën en ik in de beelden van de mensen die werkten in de landschappen waar alles wat ik had, droeg en at werden geproduceerd. Wilde ik begrippen als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie nog wel begrijpen?

Nee, ik wilde een concrete bijdrage leveren aan een aarde- en menswaardige economie, ik zocht naar een punt waar ik aan kon zetten. Zonder het me te realiseren, was ik al begonnen met het omvormen van de economie. Simpel, door mijn voorstellingsvermogen te gebruiken. En m’n gezonde gevoel.

Ook leren hoe je je weg kunt vinden in de nieuwe economie?
Inmiddels vormt dit ervaringsgerichte waarnemen, denken en voelen de grondslag voor de Academie voor Samenlevingskunst. Want ik geloof dat mensen, alle mensen, op grond van doorleefde en doorvoelde voorstellingen van wat economie eigenlijk is, creatief worden en moed vinden om hun specifieke bijdragen te leveren. Niet door moeite te doen om abstracte theorieën van politici en wetenschappers te begrijpen, maar door hun fantasie en voorstellingsvermogen te gebruiken om concrete ideeën te ontwikkelen van wat zij in concrete situaties kunnen doen. En als je dan ook nog eens deel uitmaakt van een werkplaats van mensen die elkaar helpen om deze ideeën sociaal vernieuwend te realiseren, dan… ja, dan draag je echt bij aan het menselijker worden van die ene wereldwijde economie.

Iets voor jou? 

Kom naar één van de oriëntatiedagen in Het Veerhuis in Varik: zaterdag 14 juli of zaterdag 25 augustus.

Over het scheppen van geld, interview met Peter Blom (Triodos)

Jac: “Er is teveel geld op aarde.”

Peter Blom: “Ja, dat is ook zo.”

Als er teveel geld is, hoe ontstaat dat dan? Gangbare economen zeggen, er wordt ook teveel gespaard door mensen. Hoe breng je evenwicht tussen de hoeveelheid geld die er is en de hoeveelheid goederen die circuleert?

“Voor mij zijn zulke vragen ook een worsteling.”

Iemand kwam met het voorbeeld van vier bankdirecteuren die elkaar elk een miljard lenen. Er is vier miljard omzet geboekt maar eigenlijk is er niets gebeurd.

“Economisch is het niet zo relevant dat dat gebeurt. Die virtuele economie verhoogt de balans. Maar zolang er in de reële economie maar niets gebeurt met dat feit, is er niet zoveel aan de hand. Het probleem zit hem veel meer in de geldschepping, het feit dat gewone banken, ook de Triodos Bank, geld kunnen scheppen. Geldscheppen wordt relevant als je daar in de reële economie iets mee doet. Als je het alleen maar aan een andere bank leent en je leent het weer terug, zoals de Japanse banken in het verleden deden om de balans te verhogen, dan bouw je dat voor 1 januari op en na 1 januari weer af en economisch is dat niet zo relevant.”

Kun je uitleggen hoe het geldscheppen werkt?

“In dit verband moet je alle banken zien als één bank. Dus ABN Amro, ING en ook wij zijn één bank en alle burgers en bedrijven hebben een rekening bij die ene bank. Nu komt iemand naar ons toe die krediet wil hebben, om daar iets voor te kopen. In de rekening-courant van die persoon creëren wij een tegoed. Hij mag 100.000 euro gebruiken voor uitgaven, aan bijvoorbeeld computers. Dus zodra hij die koopt, dan maken wij het geld over naar de computerfabrikant, die ook weer een rekening bij ons heeft. Dus op dat moment creëren wij, door een krediet te geven aan een klant 100.000 euro aan geld wat dan gebruikt gaat worden in de reële economie omdat er een computer mee wordt aangeschaft. Dat is in essentie geldschepping. (…) Het creëren van een tegoed op een rekening courant (van een lener, red.) is eigenlijk een afspraak. Wij vertrouwen jou, op basis van je ondernemersvaardigheden, je toekomstige inkomsten, een onderpand, en we geven krediet. Dat was er eerst niet en wordt in feite verstrekt –zo zou het althans moeten zijn- op basis van de verwachte waardecreatie waaruit de aflossing en rente betaald kunnen worden. Dat is het geldscheppingsproces. Sparen is eigenlijk geldvernietiging. Iedereen die geld spaart bij een bank, onttrekt daarmee geld aan de economie, aldus de standaard monetaire theorie. Dus het is het saldo van kredietverlening minus het geld dat gespaard wordt, dat is wat er in de economie aan geld wordt toegevoegd. Wij – als samenleving, omdat we de banken dat toestaan – hebben veel meer krediet verstrekt dan dat er werd gespaard. Als er evenveel krediet wordt verleend als dat er gespaard wordt, wordt er geen nieuw geld geschapen. Je creëert geld als je een krediet verleent waar geen spaargeld tegenover staat.”

En daar is een verhouding tussen, toch, de hoeveelheid spaargeld die jullie moeten hebben…

“De enige factor die eigenlijk beperkend werkt op de kredietverlening, is het vereiste eigen vermogen dat een bank moet aanhouden tegenover krediet, de zogenaamde BIS-ratio. Hoeveel vermogen je moet hebben om krediet te kunnen verlenen. De “leverage”-factor*, zal ik maar zeggen, is cruciaal. Die was heel hoog, en die zijn ze omlaag aan het brengen. Dat heeft een remmende werking op de kredietverlening. En nu is de volgende vraag, wat zou nu de basis moeten zijn van de geldschepping? Welke leverage is aanvaardbaar? en is het alleen een getal of moet je ook veel preciezer gaan kijken naar waar het geld voor wordt aangewend?”

Misschien kunnen we dit meteen inweven: wat is nu de verhouding tussen de commerciële bank die geld schept via kredietverlening en tussen de centrale bank die het monopolie heeft op het drukken van geld?

“Geld drukken wordt eigenlijk steeds minder relevant. Maar de centrale bank kan wel tegoeden creëren voor jou, en kan zorgen dat er meer geld in omloop komt. Die staat achter de primaire banken en is een factor die, als de geldschepping door kredietverlening ergens stokt, via meer liquiditeit in de markt, dat alles door loopt. Dat is hun primaire functie geworden. Vroeger ging geldschepping veel meer via het drukken van bankbiljetten, maar nu veel meer door kredietverlening. Dat is een verschuiving. Dat vindt plaats in de markt en is veel moeilijker te controleren. Centrale banken hebben steeds meer de functie van een “lender of last resort” voor de banken. Dat zie je nu ook gebeuren, maar ook andersom, interessant genoeg. Centrale banken dienen nu als zekere parkeerplaats voor banken. Banken, ook Triodos, hebben overschotten neergezet bij de ECB. Banken hebben limieten aan hoeveel geld ze bij andere banken mogen neerzetten. Dat heeft te maken met risicospreiding en is ook heel goed. Maar op een gegeven moment heb je meer geld dan je bij banken neer kan zetten en dat zetten banken dan bij de ECB neer. Dan heb je de banken die in deze markt te weinig spaargeld kunnen ophalen, die dan bij andere banken terecht moeten maar van hen te weinig geld kunnen krijgen van andere banken, vanwege de limieten. Die markt zit nu vast. Omdat banken zich afvragen: hoe zitten jullie in Griekenland, in Italië? Wij willen eigenlijk geen “exposure” (vordering, red.) op jullie hebben. De ECB is dan waar banken heen kunnen om op basis van onderpand, portefeuilles, liquiditeit te krijgen. Dus hier zie je ook dat de ECB een veilige haven is voor banken die geld willen plaatsen en elkaar niet vertrouwen, maar voor andere banken om geld op te nemen. De functie van achtervang en zekerheidsbieder is veel meer hun huidige functie van centrale banken dan wat ze vroeger deden: opereren in de markt, schatkistpapier opkopen of uitgeven enz. Dat laatste doen ze nu veel minder. Het is nu veel meer een liquiditeitsbuffer voor banken geworden. Daar hebben ze absoluut een nuttige functie. Maar nu even weer terug naar geldschepping: dat is dus helemaal verschoven naar de markt. Banken zijn als gewone ondernemingen gaan fungeren en zijn gaan zoeken naar hoe ze nog meer “leverage” kunnen toepassen bij de kredietverlening. Want meer leverage betekent meer winst maar ook meer risico. Die leverage-ratio’s zie je dus oplopen in de loop der jaren.”

Nu komen we dus eigenlijk op het punt: hoe ontstaat dan het teveel aan geld? Banken zijn commercieel en willen zoveel mogelijk uitlenen…

“Ze brengen steeds meer geld in de economie. Maar ze doen dat niet zoals centrale banken dat vroeger deden vanuit een standpunt wat een goede verhouding is tussen de monetaire sfeer en de reële sfeer. (…) De banken hebben gewoon gedacht: jongens, daar zit muziek in, we gaan nog meer “leveragen”. Politici denken van: als de banken geld in de economie brengen dan gaat de economie lekker draaien, daar houden mijn kiezers van. Door het verlagen van de rentes hebben ze dat ook enorm aangewakkerd. Want elke keer dat je de rente verlaagt, is er weer meer ”leverage” mogelijk. Zo ontstaat er dus steeds meer geld. En normaal en volgens de theorie zou dat door inflatie worden gecorrigeerd, het oude idee, maar wat blijkt nu: er ontstaat een aparte geldmarkt, een virtuele markt, die zichzelf in stand houdt. Vroeger werd eigenlijk veel vaker gecheckt door de reële economie van: klopt dit nog wel. Als er teveel geld kwam, dan krijg je inflatie en daar houden mensen niet van. Dan gingen ze naar de overheid, die zei van dat moeten we bestrijden, en dan ging de centrale bank zorgen dat de referentie rentes omhoog gingen en er minder geld in omloop kwam. Zo bestrijd je inflatie. Het blijkt dat die relatie er niet meer zo direct is. Soms ontstaat er zo’n spanning tussen de geldeconomie en de reële economie dat er een ontlading volgt, bijna als een blikseminslag. Dat zijn die crises die we nu zien. Die maken het bewustzijn wakker van hé, er moet wel een relatie zijn met de reële economie, en dat gaat nu veel meer crisis-matig en minder geleidelijk via het inflatie-mechanisme.”

De reële economie is de economie van goederen en diensten waar behoefte aan is…

“Ja. De reële economie heeft ook een ontwikkeling doorgemaakt. We gaan hierbij over de grenzen van wat de planeet aankan. Ook daar is sprake van leverage, maar dan op de regeneratiecapaciteit van de planeet. Daar ligt de koppeling met het duurzaamheidsvraagstuk. Vroeger was de oplossing steeds: we moeten meer consumeren. Dat werkt niet meer. Dat werkt nog wel in Azië, en wellicht in Afrika en Zuid-Amerika. Die zijn nog arm en die kunnen nog door kredietverruiming de bestedingen en daarmee de economie laten groeien in reële termen. Maar het mondiale probleem is dat de aarde dat niet meer aankan. We kunnen straks de spullen niet meer produceren. De reële economie kan daarom de problemen van de monetaire geldschepping, die steeds groter worden, niet meer oplossen. Dus de verdiencapaciteit van de reële economie is niet groot genoeg meer om de boost aan geld dat rendement moet maken… om dat op te brengen. Je ziet alle beleggers zich steeds vaker achter de oren krabben: waar kunnen we überhaupt nog rendement maken?”

Dus aan de ene kant heb je steeds meer geld, en dat dwingt om steeds meer te produceren omdat dat geld waarde zoekt….

“Precies. Omdat er wel rendement gemaakt moet worden en men zich steeds onzekerder voelt over de virtuele rendementen, de virtuele geldmarkt.”

Dat hangt ook samen met het gegeven dat het een illusie is, het voorziet niet in een behoefte…

“De blikseminslagen zullen steeds vaker komen. Omdat men merkt: we kunnen wel denken dat we met die producten geld maken, maar we maken daar eigenlijk helemaal geen geld mee.”

Bovendien is geld op zichzelf niks. Je kan geld verdienen door een stuk land te kopen en het een tijdje later weer te verkopen. Maar dan is er niets gebeurd. Je hebt niets toegevoegd aan de samenleving.

“Dat is een moreel vraagstuk. In een individueel geval kan dat wel degelijk geld opleveren, omdat de waardering hoger is. Maar als je het macro-economisch bekijkt, dan zie je dat er weliswaar nog gebieden op aarde zijn waar mensen een koopkrachtige vraag kunnen ontwikkelen, maar dat die vraag niet meer op een ouderwetse manier kan worden ingevuld, namelijk met nog meer mijnbouw, nog meer intensieve landbouw. Dat kan de aarde gewoon niet meer aan. De factor natuur zet daar een streep. Die zegt: het gaat gewoon niet meer zo. Zo’n situatie hebben we niet eerder gehad, en daarom kan je de huidige crisis niet vergelijken met vorige crises, ook niet met de ‘New Deal’ van Roosevelt. Je kan niet zeggen: deze is erger dan de vorige. Deze is volstrekt nieuw in zijn aard, omdat de factor natuur nu meespeelt: het feit dat er nu zoveel meer mensen zijn die een bepaalde ‘way of life’ opeisen. Daar zit een fundamentele spanning die we niet kunnen oplossen. Dat kunnen we dus ook niet oplossen met nog meer geldschepping, nog lagere rentes, en hopen dat er ergens weer groei ontstaat. Want dat model hoort bij de twintigste eeuw, niet bij de eenentwintigste. Dat is gewoon over en uit.”

Dus? Wat is volgens jou de oplossing?

“Dat is niet zo simpel te zeggen omdat het samenhangt met allerlei ontwikkelingen waar de mensheid doorheen gaat. De oplossingsrichting, zoals ik die zie, is dat je geldschepping veel meer koppelt aan de draagkracht van de aarde. Daar zijn interessante gedachtes over. Dat zou de nieuwe ‘benchmark’* moeten zijn. Vroeger werd geldschepping verantwoord door goudvoorraden, later de dollar en nu door een verwachte permanente economische groei. we zijn het maken van schulden steeds normaler gaan vinden want dat gaan we straks allemaal terugverdienen omdat groei normaal is. Dat was de naoorlogse periode, en dat was ook terecht, want er moest ook heel veel gebeuren en er was ook heel veel groeipotentie. Dan kan je geldscheppen zoals we dat gedaan hebben ook best verantwoorden. Maar dat kan niet meer en dus moet je een nieuwe ‘benchmark’ vinden. De ‘benchmark’ is dus niet meer materiële groei in de toekomst, maar wat kan de aarde dragen aan reële economie en hoeveel geld heb je nodig om die economie te laten draaien. Banken moeten zich afvragen op welke manier zij hun geldscheppende potentie inzetten en of dat in evenwicht is met de economie in samenhang met wat de aarde qua duurzaamheid kan dragen. Dat moet de vraag aan banken zijn. Het is niet meer een blinde geldscheppingsmogelijkheid, het moet steeds in relatie worden gebracht met de reële economie en met de draagkracht van de aarde. En daarvoor moeten we nieuwe methodieken, nieuwe dialogen met consumenten en producenten ontwikkelen. Ik merk ook wel dat economen daar open voor staan. Zij zeggen ook dat we een andere ‘benchmark’ nodig hebben. Dat vrije geldscheppen kan niet meer, dat is onbeheersbaar geworden en dus moeten we een andere ratio ontwikkelen. En die ratio zitten niet in Basel III, om maar even die term te gebruiken, dat gaat nog heel erg uit van eigen vermogen: meer eigen vermogen remt de kredietverlening. Dat is al een stap in de goede richting, want daarmee heb je wel een remmende factor. Maar het is nog steeds een denken in term van de markt: als we het maar moeilijker maken zal het minder gebeuren. En de volgende stap, daarmee worstelen de economen en daarbij heb je oude en nieuwe denkers. De vraag is: hoe kunnen we een nieuwe relatie leggen tussen het geldscheppende vermogen van banken en de draagkracht van de planeet en de reële economie die daarvan afhankelijke is. Dat is het vraagstuk.”

En niet het vraagstuk dat er tegen geld reële economische waarde moet staan?

“Dat zeg je daarmee eigenlijk wel. Want zodra je dat gaat koppelen, dan zal je zien dat een bank zichzelf heel anders gaat inrichten.”

Maar dat betekent ook dat je niet meer geld gaat verdienen met de handel in aandelen of grond.

“Nee, want daar mag je dan geen geldscheppende capaciteit meer voor gebruiken. Dat je nog een soort liquiditeitsfunctie vervult, is voor dit vraagstuk niet zo relevant maar overigens wel belangrijk. Dat kan altijd gebeuren, dat je een soort olie in de machine hebt en dat je dat als bankwezen moet verzorgen. Dat zit bijna op het niveau van koopgeld: soms heeft de een wat over, en de ander wat tekort. Dat is allemaal korte termijn. Maar de echte geldscheppende functie van banken, die een enorme boost heeft gegeven aan de economie de afgelopen 30 jaar, daar is een grens aan gekomen. Je hebt misschien gehoord dat Bernanke zei: ik zet de rente heel laag en dat doe ik tot 2013. Hij gaf daarmee een signaal af dat hij geen instrumenten meer heeft om maximaal te leveragen. This is my final offer. De rente wordt extreem laag, de leverage wordt extreem groot daardoor, en hij zei daarbij ook nog eens: ik doe dit tot 2013. Daarmee geef je als centrale bank zo’n beetje alles uit handen. Je kan dan nog wel geld drukken als centrale bank, dan maak je het alleen maar nog erger. Dat is een fascinerend signaal, dat een centrale bankier het zo zegt. Ik vind het ook interessant dat Trichet daar niet zomaar in meeging. De ECB heeft wat mij betreft een gezondere rolopvatting als de Fed. Er zit druk op de ECB om net als de Fed ook te gaan voor volledige werkgelegenheid, het stimuleren van de economie. Maar ik denk dat de ECB veel meer moet blijven kijken, zoals de statuten aangeven, naar de relatie tussen monetaire economie en reële economie en daar ook echt onafhankelijk in moet blijven optreden. Tot nu toe proberen ze dat tot mijn verrassing redelijk goed. Ik vind het helemaal niet zo slecht hoe ze dat hebben gedaan, maar de druk van de politici is erg groot om het wel tot een instrument van de korte termijn te maken. Het is fascinerend wat er gebeurt.”

interview door Jac Hielema
uitgewerkt door Arjen Nijeboer

“De opleiding brengt mij bewuste, doorleefde inzichten over wie ik nu werkelijk ben als mens.”

 

De Academie voor Samenlevingskunst volgens Gina van den Berg

Gina van den Berg (41), doet sociale activering bij een welzijnsorganisatie: “De opleiding brengt mij bewuste, doorleefde inzichten over wie ik nu werkelijk ben als mens. Om van daaruit keuzes te maken vanuit mijn hart en zo een bijdrage te leveren aan een betere samenleving. Het mooie is dat je altijd kunt instappen omdat de opleiding aansluit bij jou, vanuit wie je op dat moment bent.”

Waarmee helpt de academie jou concreet?
Gina: “Ik leer om datgene wat ik ervaar en waarneem in de buitenwereld op een zuivere en liefdevolle manier te toetsen bij mezelf. Als mens ben je geneigd om van alles in te vullen, er een kleur aan te geven of overal een mening over te hebben. Maar door objectief te leren waarnemen, met een open mind, ga ik zien wat er in situaties echt speelt, en komt in contacten de echte mens naar voren in plaats van de rol die iemand vervult. Ik ga dan ook de onderliggende behoeften zien. En het geeft rust als ik niet de hele tijd ergens wat van vind! Ik ga meer zien wat er wel en niet klopt. Intuïtie en ingevingen komen ook meer naar voren.”

Wat van de academie spreekt je in het bijzonder aan?
Gina: “Dat we in een hele open sfeer met elkaar vraagstukken onderzoeken en bespreken. En dat we, om dat goed te kunnen doen, eerst de reis naar binnen maken om echt doorleefde antwoorden en inzichten te krijgen.

De academie is interactief en er is alle ruimte voor jezelf en de ander om ervaringen te delen met elkaar.

We krijgen zo veel informatie binnen op een dag door wat we zien, horen en ervaren. Televisie, social media, internet, kranten, boeken… De informatie is eindeloos. Voor je weet hebben je gedachten er al een oordeel over of komt de manier van hoe informatie of nieuws wordt gebracht heel erg binnen. Dat roept weer bepaalde emoties op of je kunt het idee hebben dat je meteen iets moet met hetgeen je net gehoord of gezien hebt. Het mooie van de academie vind ik dat je leert objectief waar te nemen. Eigenlijk doe je dan even een stapje terug of je staat stil bij wat er net bij je binnen kwam. Als je dan echt gaat waarnemen wat je zag of hoorde, dan kan de uitkomst wel eens heel anders zijn dan hoe de informatie in eerste instantie bij je binnenkwam! Het kan maar zo zijn dat er geen oordeel (meer) is, dat emoties niet meteen zo heftig ontstaan maar dat je vanuit het objectief waarnemen tot andere, soms nieuwe heldere inzichten komt. Vandaar dat de reis naar binnen, bij jezelf zo belangrijk is. Het eerst jezelf goed leren kennen, wie ben je, wat wil je, hoe sta je in de samenleving, hoe ga je met bepaalde situaties om etc.”

Met welke vraagstukken loop je rond?
Gina: “Vooral de vraag hoe ieder mens op een waardige manier zijn of haar unieke talenten tot uiting kan brengen in de samenleving, waarbij de druk vanuit het systeem nauwelijks tot geen rol meer speelt. Deze vraag speelt vaak ook in het werk dat ik doe. Ik kom daar mensen tegen die in een moeilijke positie zitten en met veel regels te maken krijgen wat doorgaans belemmerend werkt op wat men nu werkelijk wil en kan.

Hoe kunnen we een menswaardige, mooiere samenleving creëren waarin ieder mens de ruimte en de mogelijkheden krijgt zijn of haar talent tot uiting te brengen, vanuit liefde voor zichzelf en de wereld om hem heen.”

Hoe zou je de academie in het kort beschrijven?
Gina: “Een plek waar ik nieuwe inzichten, samenwerking, inspiratie en verbinding vind, waar ik op onderzoek kan gaan. Je werkt met elkaar vanuit het vrij, gelijk, samen principe: deze vormen de leidraad tijdens de academie dagen.”

“De Academie voor Samenlevingskunst is voor mij een open source proeftuin.”

Eric Feldmeijer, deelnemer aan het eerste jaar: “De Academie voor Samenlevingskunst is voor mij een open source proeftuin: een plek om tot nieuwe inzichten en perspectieven te komen in een sfeer van openheid en transparantie, waar niets vastligt en iedereen mag meedoen en bijdragen.”

Wat spreekt je aan in de Academie voor Samenlevingskunst?

De Academie helpt mij bij het inzicht krijgen in mijn werkelijke drijfveren. Doordat hier ruim de tijd voor wordt genomen merk ik dat ik hier steeds dichterbij kom. Verder worden er tijdens de opleidingsdagen methoden gebruikt die buiten mijn comfortzone liggen, zoals lichaamswerk en systeemopstellingen. Ik kende deze vormen nog helemaal niet, maar door me eraan over te geven kom ik tot nieuwe inzichten en andere perspectieven.

Ik ben de opleiding gaan doen op basis van een “gut feeling”: ik wil geen deelnemer meer zijn van de oude economie, maar van de nieuwe economie. Ik was meer met de “concrete” kant daarvan bezig: zaken zoals circulaire economie en allerlei creatieve initiatieven en innovaties op het gebied van duurzaamheid en milieu spreken me aan. Tijdens de opleiding zijn we tot nu toe meer met de sociale kant bezig. Dat is voor mij een (her)ontdekking en een herbevestiging geweest: die sociale kant is ook belangrijk. We moeten niet alleen beter met de wereld omgaan, maar ook met elkaar.

Welke vraagstukken lost de Academie voor jou op?

Voor mij zijn nog geen concrete vraagstukken opgelost; de opleiding geeft mij vooral inzichten en nieuwe perspectieven. Die “gut feeling” die ik had kan ik nu beter onder woorden brengen. Het is voor mij ook de katalysator geweest bij het opstarten van een nieuw initiatief, nadat ik ongeveer een jaar geleden met mijn baan gestopt ben. Ik wil een plek opzetten en faciliteren die mensen die met stress te kampen hebben door werk of andere omstandigheden een oplossing biedt door een combinatie van beweging en coaching.

Hoe zou je de Academie in het kort omschrijven?

Ik zie de Academie als een leerschool voor je persoonlijke drijfveren voor een nieuwe samenleving. Het is ook zelf een voorbeeld van nieuwe economie en samenleving, een “open source proeftuin”: bijna alles ligt open. De docenten zijn open over de aanpak, zijn transparant en staan open voor feedback. Iedereen mag in een sfeer van gelijkwaardigheid meedoen en “meeknutselen”.

De Academie voor Samenlevingskunst volgens Baukelien Franken

Baukelien Franken (53), sociaal ondernemer: “Ik ben al een tijdje onderweg in mijn ontwikkeling. Deze opleiding voelde als een soort logische volgende stap. Je maakt onderdeel uit van de opleiding, daarmee heb ik veel invloed op mijn eigen leerproces. Dat spreekt me enorm aan. Ik weet nu veel beter hoe alles in deze wereld zich verhoudt met elkaar en vooral ook wat mijn positie daarin is.”

Hoe helpt de academie jou?
Baukelien: “In mijn dagelijks leven ben ik al bezig met het creëren van een nieuwe economie als sociaal ondernemer. De academie geeft mij de mogelijkheid om van een afstandje te kijken waar ik mee bezig ben en zo nieuwe perspectieven te ontwikkelen.

Ik merk dat de opleiding mij bewuster maakt van waar ik sta in de wereld, hoe de wereld in elkaar zit en waar ik naartoe wil. Dit zorgt er ook voor dat ik veel meer kan accepteren hoe het nu is. Zo kon ik behoorlijk gefrustreerd raken van het “oude systeem” en van mensen die een andere mening zijn toegedaan. Ik wist ik me daar niet goed tot te verhouden. Nu ik beter inzie hoe het huidige systeem werkt en waarom, en me bewuster ben geworden van hoe ik het zou willen, kan ik beter accepteren hoe het nu is (en me eraan aanpassen indien nodig) zonder te vergeten waar ik naartoe wil.

De “waarom”-vraag is voor mij belangrijk: waarom doe ik wat ik doe? De opleiding helpt mij hierbij door mij te helpen te doorgronden wat er toe doet en hoe zaken zich tot elkaar verhouden.”

Hoe zou jij de academie in het kort omschrijven?
Baukelien: “De academie is voor mij een plek waar je de kunst van het gelijkwaardig en vrij samenleven kunt leren beoefenen. De academie is zelf ook een voorbeeld van nieuwe economie en samenleving, bijvoorbeeld door de mogelijkheid tot eigen inbreng, gelijkwaardigheid en vrijheid in het samen dingen doen binnen de opleiding en het samen besluiten nemen, bijvoorbeeld over de verdeling van de kosten voor het tweede jaar.”

Wat zou je verder nog willen toevoegen?
Baukelien: “Het plezier dat ik ervaar binnen de opleiding is ook erg belangrijk! Ik ben ook erg blij met de band die ik met medestudenten opbouw en hoe we elkaar beter leren kennen, bijvoorbeeld door het biografische werk en de ervaringsoefeningen. Anderen zien me vaker beter dan ikzelf!

Verder is het voor mij erg waardevol om deze opleiding samen met mijn partner te doen. Het is erg prettig om na een opleidingsdag samen na te kunnen praten. Door de ervaringsoefeningen word ik me niet alleen bewuster van mijn plek ten opzichte van de begrippen vrij, gelijk en samen, maar ook hoe dat voor mijn partner is en hoe we ons daarin tot elkaar verhouden en aanvullen.”

de Academie voor Samenlevingskunst volgens Nynke Brug

Nynke Brug (39) psycholoog en mindfulnesstrainer: “Voor mij is de academie een ontmoetings- en groeiplaats voor mensen die vanuit authenticiteit een bijdrage willen leveren aan het bouwen van een meer mens- en aarde-waardige samenleving.”

 

Waarmee helpt de academie jou?

Nynke: “De Academie voor Samenlevingskunst helpt mij bij het ontdekken en realiseren van mijn verlangen van betekenis te zijn in deze wereld op een manier die past bij wie ik ben én bij wat er op dit moment in onze samenleving speelt. Eigenlijk heb ik nooit echt het gevoel gehad dat ik zelf iets kon met dit verlangen. Nu ik de academie doe, krijgt dit verlangen eindelijk handen en voeten. Op een manier die organisch voelt en die recht doet aan wie en waar ik ben als mens.”

Hoe werkt de academie?

Nynke: “Voorwaarde voor het op gang brengen of faciliteren van het proces waar ik nu in zit, is de veiligheid om jezelf te zien en te zijn. Dit is iets wat ik bij de academie vind. Onder andere door de houding van de docenten, transparant, niet al-wetend, gelijkwaardig, liefdevol. Wat ook bijdraagt aan dit gevoel van veiligheid is de sfeer van de locatie. Het Veerhuis is echt een magische plek, waar ik me thuis voel, waar ik mezelf kan zijn, en waar iedereen er toe doet.

Verder spreekt mij aan dat er veel interactie is met docenten en met medestudenten, waardoor informatie beter geïntegreerd kan worden opgenomen en waardoor je eigen innerlijke proces een extra zetje krijgt. Hier dragen de verschillende werkvormen ook aan bij, theorie, meditaties, groepsoefeningen en lichaamswerk.”

Welke vraagstukken lost de academie voor je op?

Nynke: “De academie lost geen vraagstukken voor mij op. Dat vind ik juist zo mooi! De academie helpt mij om mijn persoonlijke en maatschappelijke vraagstukken zelf “op te lossen”. Onder andere doordat er in het eerste jaar veel aandacht besteed wordt aan je eigen kenproces, hoe neem ik waar? welke niveaus van waarnemen zijn er?

Om antwoorden te vinden op vraagstukken is het nodig om eerst mezelf en de samenleving beter te begrijpen. Daar helpt de academie mij in eerste instantie bij. Dat vind ik een mooie volgorde. Op deze manier vind ik van binnenuit mijn eigen antwoorden, innerlijk doorleefd.”

Behoor jij tot de doelgroep van de academie?

Nynke: “Ik denk dat de academie vooral aanspreekt bij mensen die net als ik ergens een verlangen voelen om een bijdrage te leveren aan de samenleving – wellicht vanuit het gevoel dat er dingen nu niet goed gaan – en die het gevoel hebben dat ze hiervoor nog niet alle tools in handen hebben.”

Zeven stappen naar samenlevingskunst

Het duurde even – zo’n dertig jaar – totdat ik begreep dat ik alleen vanuit liefde en vertrouwen een bijdrage kan leveren aan een oplossing van het armoedevraagstuk. Denk en handel ik namelijk vanuit angst, woede of zelfs haat, ja, dan breng ik alleen maar meer angst, woede en haat de wereld in. Denk en handel ik vanuit liefde en vertrouwen, ja, dan geef ik de wereld iets moois van mezelf. Terugblikkend begon mijn weg naar inzicht in het armoedevraagstuk op mijn zestiende. Toen had ik – wat ik later ben gaan noemen – een Boeddha-ervaring. En zoals Boeddha het achtvoudige pad ontwikkelde dat je helpt het lijden te overwinnen, ontwikkelde ik zeven stappen die je helpen jezelf te ontwikkelen tot samenlevingskunstenaar.

Boeddha heette oorspronkelijk Siddharta en was een prins. Zijn ouders hoorden van een wijze dat hun kind óf een groot heerser zou worden, óf alle aardse goederen zou verwerpen en de verlichting zou bereiken. Omdat zijn vader liever had dat Siddharta hem zou opvolgen, omringde hij zijn zoon met alle luxe binnen de hoge muren van het paleis. Hij mocht geen nare of lelijke dingen ervaren. Dan zou hij namelijk geen afstand hoeven te doen van zijn bezittingen, aldus zijn vader. Zo gingen de eerste 29 jaar van het leven van Siddharta – de latere Boeddha – voorbij.

Na 29 jaar wilde Siddharta wel eens het echte leven zien en vroeg hij zijn vader of hij eens een kijkje buiten de muren mocht nemen. Aanvankelijk mocht dat niet. Maar na heel veel zeuren wel, maar dan alleen vanuit een koets. En alleen volgens een route door zijn vader bepaald. Hoe zijn vader ook probeerde het gewone leven buiten het beeld van Siddharta te houden, hij kon niet voorkomen dat zijn zoon een oude, een zieke en een dode man zag. Siddharta had nog nooit ouderdom, ziekte of dood gezien. Een bediende vertelde dat alle mensen oud worden, ziekten oplopen en doodgaan. “Dat is normaal.”, zei de bediende.

Zo werd ik op mijn zestiende tijdens een reis met mijn ouders door India geconfronteerd met de schrijnende tegenstelling tussen rijkdom en armoede. Een klein vies meisje hield met vragende ogen haar hand voor me op. Mijn ouders en ik kwamen net uit een sjiek restaurant waar wij te veel aten. Geld had ik niet op zak, mijn vader droeg de portemonnee. Ik schudde mijn hoofd. Het meisje viel smekend op haar knieën, ze gebaarde dat ze honger had, kuste zelfs mijn voeten en keek weer naar me op met van die smekende angstige ogen. Mijn ouders stapten intussen in een taxi die naar me toe reed, deur open, ze trokken me naar binnen, deur dicht. Door de achterruit zag ik nog net hoe het meisje door een iets ouder, maar even vies jongetje met de vlakke hand in het gezicht werd geslagen links rechts links rechts.

“Hoe is het mogelijk dat ik als rijke jongeling in één wereld leef met dat arme meisje?“, vroeg ik me af.

Twee jaar later studeerde ik Tropische Cultuurtechniek in Wageningen. Ik wilde de groeiende kloof tussen armoede en rijkdom echt leren begrijpen én leren er zelf iets aan te doen. Misschien als irrigatie-ingenieur?

In de loop van mijn studie liep ik hopeloos vast in de grondslagen van het wetenschappelijke denken, heel verhaal. Pas toen ik buiten mijn studie om me verdiepte in de oorsprong van de spullen die ik had, de kleren die ik droeg en het voedsel dat ik at, ontwikkelde ik geleidelijk aan een doorleefd begrip voor het armoedevraagstuk in de wereld. Uit deze onderzoekservaring ontwikkelde zich later de zogenoemde ontbijtoefening, de eerste van zeven oefeningen die samen de basis vormen van de samenlevingskunstenaar. Dat is iemand die vanuit liefde en vertrouwen werkt aan een aarde- en menswaardige samenleving.

Zoals Boeddha het achtvoudige pad ontwikkelde om het lijden te overwinnen, ontwikkelde ik zeven oefeningen die je helpen jezelf te ontwikkelen tot samenlevingskunstenaar.

Dit zijn de oefeningen (nog steeds heb ik geen adequate namen), die ik in de loop van mijn blogs zou willen bespreken, te beginnen bij de ontbijtoefening:

  1. de ontbijtoefening,
  2. de accepteer-jezelf-in-de-wereld-zoals-die-is-oefening (zo binnen/zo buiten I),
  3. de blijf-de-situatie-waarin-je-bent-waarnemen-oefening-en-leer-zuiver-van-binnen-naar-buiten-te-leven (zo binnen/zo buiten II),
  4. de doe-de-dagelijkse-dingen-vanuit-liefde-voor-het-doen-van-de-dagelijkse-dingen-oefening (zo binnen/zo buiten III),
  5. de integreren van de stemmen van angst, (zelf)haat en twijfel oefening cq loslaten van valse macht, valse hoop en valse overgave cq in je kracht gaan staan en je overgeven aan realistische zelf gestelde doelen,
  6. de steeds minder identificeren met je eigen gebeuren en steeds meer met het wereldgebeuren oefening (zo binnen/zo buiten IV),
  7. de het algemene wereldgebeuren is ook je eigen gebeuren oefening (integreren van alle overige oefening).

Laten we beginnen met de ontbijtoefening:

Onderzoek minimaal drie keer per week (alleen of met je hele gezin) vijf minuten lang gedurende minimaal vier weken welke mensen wanneer, waar en hoe een bijdrage leveren aan de totstandkoming van jouw ontbijt.

Graag ontvang ik van jou je ervaringen met het doen van deze oefening. Je kunt ze mailen naar jac@economytransformers.nl.

In het volgende blog bespreek ik mijn ervaringen tijdens het doen van mijn oorspronkelijke onderzoek destijds als student Tropische Cultuurtechniek.

Jac Hielema

Antwoord op onze zijns-vraag / Ik Ben

Graag ronden we dit jaar af met een nieuwe formulering van onze Ik Ben, een proces dat de afgelopen jaren nog niet tot stilstand gekomen is en waarvan wij zelf het gevoel hebben dat we steeds dichter bij de kern komen.

Ik Ben:

Wij zijn een beweging van mensen die ernaar streven om samen te leven en te werken vanuit liefde en vertrouwen voor de mens in het algemeen en de dingen die we doen in het bijzonder.

Wij werken aan de (om)vorming van een samenleving en economie die de mens en daarmee de menselijkheid mogelijk maakt; de ontwikkeling van de mens staat daarin centraal. Dat vraagt ons insziens om het volgende inzicht/bewustzijn: aan de ene kant beseffen wij ons dat alle mensen op Aarde met elkaar verbonden zijn in één wereldwijde economie en allemaal afhankelijk zijn van die ene mooie Aarde, en als zodanig door een goede afstemming op elkaar werkelijk in elkaars (materiële) basisbehoeften zullen moeten willen voorzien op een manier die de Aarde en mens goed verzorgd worden. En: aan de andere kant heeft elk individueel mens zijn eigenheid waaraan hij/zij uitdrukking wil geven in de wereld en scheppen we dus voor elkaar de ruimte om die eigenheid tot uitdrukking te brengen. Het is aan ons als samenleving om in goed onderling overleg voor een goede afstemming te zorgen tussen deze twee tegengestelde behoeften/lk-krachten – enerzijds in elkaars (materiële) behoeften voorzien en anderzijds jezelf  en je eigen bijzondere capaciteiten volledig te ontwikkelen en tot uitdrukking te brengen. Samenvattend: we streven naar een vrij-gelijk-samenleving, voor alles en iedereen, opdat alle mensen in verbinding met zichzelf (vrij als persoon, door zichzelf bepaald), elkaar (gelijk als mens, op grond van gemeenschappelijke intenties) en de Aarde (samen, als één sociaal lichaam) zich enerzijds als individueel mens in alle vrijheid kunnen ontwikkelen en anderzijds samen elkaar als deel van die ene wereldwijde economie op die ene Aarde in de materiële behoeften kunnen voorzien.

Heb je zin om te reageren, mail dan naar damaris@economytransformers.nl. Dank je wel!